Het begint met
eenzaamheid en treurigheid. Wordt vervolgd door een wonder vol blijdschap,
liefde en plezier. Waarna ze nog lang en gelukkig leven..
Dit is zo’n beetje de standaard verhaallijn van een romkom.
De hoofdrolspeelster voelt zich even ongelukkig, komt plots net de man tegen
wie ze op dat moment nodig heeft en beleeft daarmee voor de rest van haar leven
het grootste geluk op aarde. Het lijkt dus makkelijk wat je moet doen om het
geluk tegen het lijf te lopen. Ga er op uit en zorg dat je op de meest romantische plek, in de meest sexy outfit, met de meest interessant uitziende
bezigheid, de meest geschikte persoon vindt. Of eigenlijk moet hij jou daar
vinden.
Daar zat ik dan, vol goede moed in een mooi, kleurrijk parkje. In mijn
net nieuw gekochte jurkje, met een boek over wetenschappen waarvan ik de naam
niet eens fatsoenlijk kon lezen, laat staan uitspreken. Al weet ik niet of dat
kwam door de moeilijke woordenschat die het boek bezat, of door de jampotbril
die ik bij mijn opa had gevonden om er slimmer uit te zien. Goed, ik besloot te
doen alsof ik het boek las. Ondertussen hield ik vanuit mijn ooghoeken in de
gaten of mijn droomprins al ergens rond liep. Uur na uur streek voorbij. Na
zelfs bijna in slaap te zijn gevallen, besloot ik mijn boek weg te leggen en
wat rond te gaan lopen. JA, aan het einde van het parkje zag ik een goed
postuur, met wat was het.. ik geloof een hockeystick in zijn hand. Dat
betekende dat hij sportief was. Hij had donker haar, of was het toch blond? Ach,
dat doet er niet toe, hij had in ieder geval de geschikte lengte om naast mij
te kunnen lopen en ik besloot er op af te stappen. Op weg naar hem toe, bedacht
ik hoe ik hem kon aanspreken. Ik kon natuurlijk gewoon met de deur in huis
vallen en hem mee uit vragen. Maar omdat ik nog vrij prehistorisch de romantiek
beleef, en ik vind dat de jongen het meisje mee uit moet vragen, besloot ik het
gewoon bij een vriendelijke ‘hoi’ te laten. Dan zou ik beginnen over het weer.
Of nee, dat laat het gesprek gelijk doodlopen. Ik kon hem vragen naar zijn
hockeystick. Al zou dat misschien wat verkeerd overkomen. Nee, ik zou hem
vragen wat zijn plannen waren, en dan zou hij mij mee uit vragen. Toen hij nog
geen vijf meter bij mij vandaan was, en ik net naar adem hapte om hem te
begroeten, zette ik nog even snel mijn bril af. Hoe stom zou dat eruit
zien, een wandelende jampot. Na mijn bril vlug in mijn tas te hebben gestopt,
keek ik hem in zijn ogen. In plaats van ‘hoi’, kwam er een klein schor gilletje
uit mijn mond. Het goede postuur met hockeystick was veranderd in een kromlopende
opa met wandelstok. Hij keek me wat vreemd aan, en vroeg of ik oke was. Vol
schaamte draaide ik mij om en ging teleurgesteld terug naar huis. Na onderweg
nog wat mislukte aanspraakpogingen gedaan te hebben, was ik blij toen ik
eenmaal veilig de deur achter me dicht deed. Ik trok mijn pyjama aan en besloot
me voortaan te verdiepen in dramafilms. Die stomme romkoms konden me gestolen
worden. En hun geluk al helemaal. Ik kan best gelukkig zijn op mijn eigen
manier.
Toen ik net voordat ik mijn bed in wilde duiken nog even snel het geleende boek terug in de kast van mijn broertje wilde leggen, slaakte ik een zucht. Het boek zat niet meer in mijn tas. Ik had het laten liggen op het bankje en was het uit ‘enthousiasme’ vergeten mee te nemen toen ik wat ging lopen. Chagrijnig liep ik de trap af naar beneden. Ik schoot mijn pantoffels aan en rende zo hard ik kon de straat op. Zonder op of om te kijken, ging ik in hazenvaart richting het parkje. Toen ik net de hoek om wilde rennen, knalde ik neer op de grond. Mijn pantoffel vloog de bosjes in en ik lag met mijn blik op twee herenschoenen gericht. Van schrik bleef ik stokstijf liggen. Met grote ogen staarde ik naar de twee schoenen die voor mij stonden. Ik volgde de kuiten, die in kleine o-vorm naar de knieën leidden. Aha, voetbalbenen. Voorzichtig tilde ik mijn hoofd iets omhoog, zodat ik de rest van zijn lichaam kon zien. Maar uit schaamte stuurde ik mijn gezicht al snel weer richting de grond. Het was een jongen van mijn leeftijd. En hij was nog leuk ook. Shit, shit, SHIT. Wat moest ik nu doen. Gedachte na gedachte schoten door mijn hoofd. Ik voelde me steeds ongemakkelijker en wilde het liefste door de grond zakken. Zachtjes fluisterde ik “Alsjeblieft laat me door de grond zakken, alsjeblieft, alsjeblieft”. Waarop ik opeens een stem vlakbij mijn oor hoorde zeggen: “Gaat het?”. OH MIJN GOD, HET PRAAT. Wat moest ik doen? Ik kon zo niet blijven liggen. Maar als ik op stond, zag hij dat ik een pyjama vol met beertjes had.
Het voelde alsof ik zo al een uur op de grond lag, dus ik besloot dat ik iets moest doen. Langzaam kwam ik overeind, met mijn gezicht nog steeds op de grond gericht. Ik bedacht dat ik hier zo snel mogelijk weg moest komen, en zette het op een rennen. Uit verwarring rende ik de verkeerde kant uit, en keerde haastig om. Achter me hoorde ik de jongen roepen dat ik mijn pantoffel was vergeten. Dat is waar ook, dacht ik. Toen ik omkeek zag ik dat hij op me af kwam, zwaaiend met mijn pantoffel in zijn hand. Met al mijn bij elkaar verzamelde moed bleef ik staan en wachtte tot mijn blote voet zich weer kon verwarmen in de verloren pantoffel. Nadat ik met moeite “dank je” uit mijn strot had kunnen krijgen, stelde hij zich voor. Ook mij lukte het nog net om mijn naam uit te kunnen spreken. Hij liep met me mee naar het park om mijn boek te halen en bracht me naar huis. Daar zei hij dat ik voortaan niet meer zo verloren over straat moest rennen. Er liepen hier ’s nachts volgens hem veel berenjagers rond, en ik kon mij dus beter binnen schuil houden in die pyjama. Lachend gaf hij me een knipoog. En toen ik de deur sloot, liet ik mezelf tegen de muur omlaag zakken.
Op dat moment wist ik hoe het voelde om een hoofdrolspeelster van een romkom te zijn. Lachend liep ik naar mijn bed. Hierom hou ik zo van romkoms. En in plaats van de dramafilm die ik net voordat ik naar buiten vertrok in de dvdspeler had gestopt, deed ik er snel mijn lievelingsfilm in, The Holiday. Ik zette het op een zwijmelen. Romkoms waren namelijk helemaal niet gemaakt om je in de liefde te laten geloven. Ze waren gemaakt om je de liefde te laten ervaren. Je moest er alleen niet zelf naar op zoek gaan. De liefde zoekt namelijk jou. Wanneer het nodig is. Als de tijd rijp is.
Toen ik net voordat ik mijn bed in wilde duiken nog even snel het geleende boek terug in de kast van mijn broertje wilde leggen, slaakte ik een zucht. Het boek zat niet meer in mijn tas. Ik had het laten liggen op het bankje en was het uit ‘enthousiasme’ vergeten mee te nemen toen ik wat ging lopen. Chagrijnig liep ik de trap af naar beneden. Ik schoot mijn pantoffels aan en rende zo hard ik kon de straat op. Zonder op of om te kijken, ging ik in hazenvaart richting het parkje. Toen ik net de hoek om wilde rennen, knalde ik neer op de grond. Mijn pantoffel vloog de bosjes in en ik lag met mijn blik op twee herenschoenen gericht. Van schrik bleef ik stokstijf liggen. Met grote ogen staarde ik naar de twee schoenen die voor mij stonden. Ik volgde de kuiten, die in kleine o-vorm naar de knieën leidden. Aha, voetbalbenen. Voorzichtig tilde ik mijn hoofd iets omhoog, zodat ik de rest van zijn lichaam kon zien. Maar uit schaamte stuurde ik mijn gezicht al snel weer richting de grond. Het was een jongen van mijn leeftijd. En hij was nog leuk ook. Shit, shit, SHIT. Wat moest ik nu doen. Gedachte na gedachte schoten door mijn hoofd. Ik voelde me steeds ongemakkelijker en wilde het liefste door de grond zakken. Zachtjes fluisterde ik “Alsjeblieft laat me door de grond zakken, alsjeblieft, alsjeblieft”. Waarop ik opeens een stem vlakbij mijn oor hoorde zeggen: “Gaat het?”. OH MIJN GOD, HET PRAAT. Wat moest ik doen? Ik kon zo niet blijven liggen. Maar als ik op stond, zag hij dat ik een pyjama vol met beertjes had.
Het voelde alsof ik zo al een uur op de grond lag, dus ik besloot dat ik iets moest doen. Langzaam kwam ik overeind, met mijn gezicht nog steeds op de grond gericht. Ik bedacht dat ik hier zo snel mogelijk weg moest komen, en zette het op een rennen. Uit verwarring rende ik de verkeerde kant uit, en keerde haastig om. Achter me hoorde ik de jongen roepen dat ik mijn pantoffel was vergeten. Dat is waar ook, dacht ik. Toen ik omkeek zag ik dat hij op me af kwam, zwaaiend met mijn pantoffel in zijn hand. Met al mijn bij elkaar verzamelde moed bleef ik staan en wachtte tot mijn blote voet zich weer kon verwarmen in de verloren pantoffel. Nadat ik met moeite “dank je” uit mijn strot had kunnen krijgen, stelde hij zich voor. Ook mij lukte het nog net om mijn naam uit te kunnen spreken. Hij liep met me mee naar het park om mijn boek te halen en bracht me naar huis. Daar zei hij dat ik voortaan niet meer zo verloren over straat moest rennen. Er liepen hier ’s nachts volgens hem veel berenjagers rond, en ik kon mij dus beter binnen schuil houden in die pyjama. Lachend gaf hij me een knipoog. En toen ik de deur sloot, liet ik mezelf tegen de muur omlaag zakken.
Op dat moment wist ik hoe het voelde om een hoofdrolspeelster van een romkom te zijn. Lachend liep ik naar mijn bed. Hierom hou ik zo van romkoms. En in plaats van de dramafilm die ik net voordat ik naar buiten vertrok in de dvdspeler had gestopt, deed ik er snel mijn lievelingsfilm in, The Holiday. Ik zette het op een zwijmelen. Romkoms waren namelijk helemaal niet gemaakt om je in de liefde te laten geloven. Ze waren gemaakt om je de liefde te laten ervaren. Je moest er alleen niet zelf naar op zoek gaan. De liefde zoekt namelijk jou. Wanneer het nodig is. Als de tijd rijp is.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Leave comments all over the place