Ik hartje Leven

Lees hier hoe mijn leven wordt beïnvloed door mijn hart. Hoe ik soms even weer opnieuw begin bij de start. Hoe mijn fouten worden omgezet in lessen. Hoe de bouten van mijn leven weer terugdraaien naar successen. Hoe mijn falen soms panieken. Hoe mijn dalen weer gaan pieken. Hoe mijn lust weer lieflijk bloeit. Hoe ik bewust word opgegroeid. Hoe ik leer van al wat ik ontmoet. En hoe ik zo telkens weer het leven begroet. Zo beïnvloedt mijn hart niet alleen mijn leven. Maar laat mijn leven soms ook mijn hart even zweven.

zaterdag 24 november 2012

The Voice of..


Nog even en dan is het weer zover. Dan wordt The voice of Holland bekend gemaakt. Dan krijgt ‘de beste stem van Nederland’ een naam. En of je het er nou mee eens bent of niet, je wordt er al-tijd in meegesleurd. Je gaat erin geloven. Net zoals jouw stem je ook altijd weet te overtuigen om hem te geloven. En dan heb ik het niet over de stem die je geeft aan de in jouw ogen beste kandidaat. Ook niet over de stem die uit je mond komt. De stem die zich door middel van trillingen kan laten horen met geluid. Nee, dan heb ik het over de stem die zich niet durft te vertonen. Alsof hij weet dat hij als de Duivel van je hersenen wordt gezien, verstopt hij zich tussen je brein. Volledig afgesloten van je hart, om zo alleen jou, en werkelijk niemand anders, te belasten. Want last dat heb je er zeker van. Eens in de zoveel tijd klopt hij trouw op de deur van de kamer in je rechterhersenhelft om daar vervolgens arm in arm met de meest onmogelijke onderwerpen met de deur in huis te vallen. En hoe jij je er ook tegen verzet, ontkomen doe je er niet aan. Met geen mogelijkheid weet jij je te verzetten tegen zijn krankzinnige advies. Want laten we eerlijk zijn, naast de onmogelijke onderwerpen die hij aan je opdringt, is hij wel zo attent om ook met oplossingen te komen. Of die oplossingen ook in jouw straatje liggen, dat is een ander verhaal. Het lijkt wel alsof hij het erom doet. Alsof hij jou dwars WIL zitten en expres met allerlei bizarre uitlatingen op de kop komt zetten. Alsof hij voor eigen vermaak rotzooi komt schoppen en jij vervolgens op de blaren moet zitten.  

Rotzooi. Rotzooi krijg je zeker. Niet alleen rotzooi in je hoofd, maar ook rotzooi in je leven.  Want op de een of andere manier hangt dan plots alles met elkaar samen.  Denk jij net alles op een rijtje te hebben, wordt er op je deur geklopt. En ook al doe je niet open, toch stapt hij naar binnen. Met je vingers in je oren ren je gillend door de kamer. Maar hoe hard je ook je best doet het volume van zijn stem te overtreffen, zijn klanken dreunen als een bom je trommelvlies binnen. Met 1 woord uit zijn mond ligt alles overhoop.

Opruimen zal je. Opruimen moet je. Zolang je de rotzooi laat staan, zal je alleen maar dieper onder de rommel komen te liggen waarna je er uiteindelijk niet meer onderuit komt. Koppig dat je bent, ga je op zoek naar eigen oplossingen. Oplossingen die afwijken van de duivel zijn advies. Want naast het feit dat je niet naar zijn advies wil luisteren puur omdat hij de herrieschoppende duivel is, wil je het ook niet omdat je het gewoon zelf moet doen. Als er iets is waar je misselijk van wordt, dan is het wel van iemand die je de les leest. Mij hoeft toch zeker niet te worden verteld wat ik moet doen? Dus oud en wijs genoeg ga je op zoek naar uitwegen met oplossingen. Betere oplossingen. Ieder paadje loop je zes keer heen en weer. Elk detail bestuderend, elk steentje omdraaiend. Om vervolgens weer hulpeloos en zonder antwoord terug te struinen naar het kruispunt. Na ieder afgewandeld pad lijk je nog meer in de knoop te zijn geraakt dan voorheen. Als je uiteindelijk zonder resultaat alle paden en wegen bewandeld hebt en zelfs de gecamoufleerde vluchtroutes hebt weten te ontmaskeren, trek je je terug in je kamer. Je kamer waar meneer Duivel je nog altijd grijnzend zit op te wachten. Want ondanks zijn slechte imago, heeft hij één goede eigenschap, en dat is trouw zijn. 

Trouw zijn zal hij zeker. Hoe lang hij ook op je heeft moeten wachten, hoe verrot je hem ook gescholden hebt, hij zal zich nooit zomaar laten wegpesten. Stug zal hij blijven zitten, totdat hij met een voldaan gevoel zijn zaak als afgerond kan beschouwen. En het moment dat je dát beseft, zie je het licht. Je beseft dat vluchten geen zin heeft. Dat de raad van anderen aannemen, ongeacht of deze goed was of niet, alleen een uitweg was om aan zijn raad te ontkomen. Dat je koppigheid de overhand heeft genomen. Dat die misselijkmakende, vervelende Duivel toch eigenlijk als een soort vader over je waakt. Dat hij je altijd als een moeder de beste hulp zal bieden. Dat hij als een zus naast je zal staan en als een broer voor je op zal komen. Dat hij je enige antwoord naar je uitweg is. En dus omarm je hem. Samen lopen jullie de deur uit. Al tranen wegvegend omhels je hem. Je bedankt hem. Dan scheiden jullie wegen. Hij verstopt zich weer op het meest minuscule plekje van je linker hersenhelft. En jij, jij loopt vol vertrouwen de juiste richting op. De weg naar het antwoord. De weg naar je doel. 

Maar niet getreurd, verlaten zal hij je niet. Op het moment dat je hem alweer bijna vergeten bent, zal hij op je deur kloppen. Het moment dat je het niet verwacht. Het moment dat het onmogelijk lijkt. Het moment dat je hem niet wilt horen. Maar ook het moment dat je hem toch eigenlijk wel nodig hebt. Jouw advies. Jouw antwoord. Jouw stem.

maandag 19 november 2012

De aantrekkingskracht van de vouwfiets


Iedere (veel te vroege) ochtend sta ik trouw op mijn vertrouwde plekje op het station te wachten op mijn trein. Gelukkig hoef ik dit niet alleen te doen. Ik heb namelijk een grote steun en toeverlaat die mij hierin bijstaat. Want zie je mij, dan zie je ook die eeuwige vouwfiets die ik bij me draag. Nouja, draag.. In de letterlijke betekenis van het woord draag ik hem op handen, figuurlijk sleur ik hem armoedig en uitgeput achter mij aan. Toch hou ik hem dicht bij me. Ik heb hem nodig. Maar er is een ding wat ik jammer vind. Ik kan niet op een vanzelfsprekende manier genieten van ons samenzijn. ’s Morgens moeten wij namelijk nog een beetje op gang komen en dat doen wij het liefst op een rustig plekje, met zijn twee. Echter gaat dit niet. Hoeveel mensen zich ook op het perron hebben genesteld, ze vinden ons altijd. Op de een of andere manier staan we altijd in de spotlight. Dan lijkt het alsof we bekeken worden. En als ik dan opkijk om te zien of er daadwerkelijk ogen op ons gericht staan, zie ik ze staren. Ik voel ze zelfs branden. Ze kijken naar mijn vouwfiets alsof het sinterklaas in een superman-pak is en nemen vooral niet de moeite deze ontsteltenis te verbergen. Zonder enige schaamte bestuderen ze mijn fiets van top tot teen. Als ‘ie ingeklapt staat, zijn de blikken nog intenser. Hoe ingewikkelder, hoe interessanter. Ze volgen de vormen van het stuur tot aan het ventieltje van de achterband. Waar ze niet uitkomen, is de bizarheid van hoe hij zich zo klein weet op te vouwen. Vandaar dat ze, als we eindelijk in de trein belanden, het liefst bij ons op schoot kruipen om zo rustig, zonder ook maar iets te missen, te kunnen wachten tot we uitstappen. En dus, tot mijn fiets zich weer ontpopt tot een rijbaar voertuig. Na wat blozend van de ongemakkelijkheid te hebben rondgedwaald, vinden we eindelijk onze rust, en dus onze weg naar de eindbestemming. Dan pas kunnen we genieten van de mooie ochtend. Het moment dat we van het station af rijden is als een wc-bezoek nadat je twee uur lang je plas in hebt moeten houden. Als het goed-nieuws-telefoontje dat je krijgt wanneer je anderhalf uur lang zenuwslopend hebt zitten wachten op de uitslag van je examens. En misschien zelfs als het vinden van een stopcontact, nadat je het drie uur met een lege telefoon hebt moeten uithouden. Een moment van vreugde en euforie. Van verrukking en extase. Het gevoel van opluchting.

Opluchting. Dat is wat je voelt wanneer de blikken zich afwenden. Afwenden van mijn vouwfiets. Of van de situatie, het voorwerp, het persoonlijkheidstrekje, het kledingstuk of het lichaamsdeel dat net even wat anders is dan anders. Want het gebeurt vaak dat mensen iets of iemand nakijken. En dan bedoel ik niet het hongerige nakijken wat je doet wanneer je een hot chick of nice guy hebt gespot. Nee, ik heb het over het verafschuwend nakijken van iets dat niet vaak voorkomt. Iets dat apart is. Apart wordt vaak bestempeld met negatief. Is het niet zoals het zijn moet, dan is het meteen gek. Dan is het dom en raar. Misschien zelfs lelijk. Waarom het zo vanzelfsprekend is dat apart als kwalijk wordt gezien, dat snap ik niet. Ik denk dat je juist trots moet zijn op het unieke. En ook al luidt de uitspraak “ieder mens is uniek”, ik heb het idee dat niet iedereen deze uitspraak ziet zoals hij bedoeld is. Apart is bijzonder. Apart is positief. Zelfs de gekke, domme, rare en lelijke apartheden zijn bijzonder. Je moet de eigenheid van ieder mens of voorwerp waarderen. Alles heeft zijn eigen waarde. Ieder zijn eigen bijdrage. Sta hiervoor op en kom hiervoor uit. Wanneer je dit zelf waardeert, waarderen anderen dit ook. Of ze nou willen of niet. En hoe trotser jij bent, hoe verafschuwender de blikken. Maar deze verafschuwende blikken zijn dan plots zo verafschuwend niet meer. Want in al die verafschuwende blikken die zij geven, zit dan stiekem heel ver weg een kleine twinkeling van jaloezie. Jaloezie op jouw uniekheid. Jouw zijn. Of ze nou willen of niet.

maandag 5 november 2012

Stoornissen-Goeroe


Mijn opleiding neemt nogal wat kwellingen met zich mee. Zo ben ik nu door een fase aan het gaan waarbij er van alle problematieken die voorbij vliegen, herkenning optreedt in mijn eigen lichaam. Ik heb in mijn afgelopen drie studiejaren namelijk ondervonden dat ik een lijf vol met stoornissen heb. Ik leef met kwalen. Ik adem bekommernis.

Zo schiet mijn bloed bijvoorbeeld alle kanten op wanneer iemand mij vraagt of hij/zij een slokje uit mijn flesje drinken mag. Mijn hygiënedrift neemt dan de overhand. Voor ik het weet sta ik niet alleen een slokje af, maar heb ik gelijk mijn hele fles weggegeven. Hoe vriendelijk die reactie ook klinkt, mijn ziel kermt het op zo’n moment uit. Mijn reinheid schreeuwt om aandacht en Nivea reinigingsdoekjes zijn de enigen die mijn onrust kunnen sussen. Lijd ik aan smetvrees?

Ik heb een ontzettende drang om niet de groeven van de stoeptegels te raken wanneer ik over straat loop. Lukt dit bij minstens tien tegels? Dan heb ik het gevoel alsof ik zojuist “The voice of Holland” heb gewonnen. Heb ik nu last van een dwangstoornis?

Soms bonkt mijn hart gedurende de hele dag in mijn keel. Heb ik voortdurend het idee dat me iets staat te gebeuren. Mijn maag weet zich geen houding te geven en ik loop panisch in het rond. Dit heb je toch ook bij een angststoornis?

Ik kan niet tegen verandering. Gaat mijn dag niet zoals ik gepland had, dan heb je de poppen aan het dansen. Mijn humeur slaat om en ik ben volledig de draad kwijt. Ik kan niets beginnen zonder houvast. Autisten leven toch ook door structuur?

Mijn stemming verandert nog vaker dan dat een prostituee mannen op bezoek krijgt. Mijn dag zet zich voort door middel van moodswings. Van uitermate vrolijk naar betreurenswaardig ellendig. Zijn dat geen kenmerken van manische depressiviteit?

In sommige situaties ben ik zo onzeker dat ik continue om bevestiging vraag. Die heb ik dan nodig, die geeft mij kracht. Zonder bevestiging denk ik dat andere mensen mij niet goed vinden. Betekent dat dat ik een borderliner ben?

Er zijn dagen dat ik liever niks eet. Ik ben dan niet tevreden met mijn gewicht en ga in protest. Hoewel ik dit vaak niet langer volhoud dan drie uur, zijn de gedachten er wel. Heb ik dan een eetstoornis?

Iedere nacht word ik wakker. Soms om één uur, soms om vier uur en soms zelfs ieder uur van de nacht. Dit slaapgebrek heeft de gehele dag invloed op mijn aanwezigheid. Ik dwaal vaak af. Is dit insomnia? Heb ik een slaapstoornis?

Ik raak opgewonden van mooie schoenen. Ben ik nu Fetisjistisch?

Het is fijn als er voor me gezorgd wordt. Soms een beetje te fijn en hier laat ik me wel eens onbewust door beïnvloeden. Ik laat dan keuzes afhangen van andermans meningen, om zo zelf niet over de keuze te hoeven nadenken. Ben ik dan te afhankelijk? Heb ik dan niet een persoonlijkheidsstoornis?

Ik vind het leuk om racespelletjes te spelen op de Playstation. Racen is toch voor jongens? Lijd ik nu aan een identiteitsstoornis?

Na het zien van de film “The Blair witch project” ben ik uitermate bang voor donkere bossen. Zet mij in een ietwat schemerige bomeneenheid en ik krijs mijn ziel naar de hemel. Betekent dit dat ik aan een posttraumatische stressstoornis lijd?

Zo nu en dan vind ik het fijn om met mezelf te communiceren. Bewust of onbewust. Ik praat dan tegen mezelf op een merkwaardige manier, alsof ik met een ander praat. Ook beeld ik me wel eens in dat ik iemand anders ben. Ik moet hier vaak om lachen, maar is het wel zo grappig? Moet ik me geen zorgen maken? Ben ik een schizofreen?

Tot slot denk ik dat ik overal aan lijd. Maar wacht eens.. Heb ik dan dus last van hypochondrie? HELP!