Ik hartje Leven

Lees hier hoe mijn leven wordt beïnvloed door mijn hart. Hoe ik soms even weer opnieuw begin bij de start. Hoe mijn fouten worden omgezet in lessen. Hoe de bouten van mijn leven weer terugdraaien naar successen. Hoe mijn falen soms panieken. Hoe mijn dalen weer gaan pieken. Hoe mijn lust weer lieflijk bloeit. Hoe ik bewust word opgegroeid. Hoe ik leer van al wat ik ontmoet. En hoe ik zo telkens weer het leven begroet. Zo beïnvloedt mijn hart niet alleen mijn leven. Maar laat mijn leven soms ook mijn hart even zweven.

woensdag 31 oktober 2012

De kracht van de spiegel

Even een klein, persoonlijk peptalkje.

Ze vinden mij aandoenlijk. Aandoenlijk.. Het woord alleen al. Alsof me iets is aangedaan. Iets waardoor ik minder kracht uitstraal. Alsof ik zelf nergens toe in staat ben. Alsof er voor me gezorgd moet worden. Ik wil juist zo zelfstandig overkomen. Maar doe ik dat wel op de juiste manier? Betekent zelfstandigheid dat ik alles alleen moet doen? Dat ik niet om hulp mag vragen? Dat ik niet mag communiceren over dingen waar ik tegenaan loop? Leer ik daar wat van? Heb ik daar wat aan? Kan ik dan zeggen dat ik wat gedaan heb? Ik?

Dat antwoord is heel kort en bondig; Nee. Het gevolg is dat ik mezelf steeds verder vast laat lopen. Alsof ik een schroef ben waar alsmaar aan gedraaid wordt, tot 'ie zo vast zit dat er geen beweging meer in te krijgen is. Dan sta ik op hold en gebeurt er helemaal niets meer. Nee, dat is lekker zelfstandig! Dus, is dit de juiste manier? Nee.. Maar wat wil ik dan? Ik wil werken. Ik wil actie. Ik wil bloed, zweet en tranen. Zodat ik trots kan zijn op wat ik presteer. Zodat ik kan zeggen dat ik er alles aan heb gedaan. Ik.

Aandoenlijk.. Dat geeft me echt een slap en wattig gevoel. Misschien ben ik dat ook wel? Maar is dat erg? En is het feit dat ik mezelf daar nu bewust van ben dan ook slap en wattig? Of geeft me dat nu juist de kracht? Ik denk het wel. Want doordat ik het als "negatief" opvat, wil ik er wat mee. Ik raak nog gemotiveerder om mijn ware aard te laten zien. Te laten zien wat ik nou daadwerkelijk in me heb. Waar mijn bloed stroomt, waar mijn aders gaan. Het achterste van mijn tong onder hun neus te schuiven. Ja, kracht. Dat is het goede woord. Juist door de zelfbewustwording leer ik om te gaan met wie ik ben. Juist hierdoor kan ik met mijn kwaliteiten mijn zwakke punten ook eens in het zonnetje zetten. Ik moet mijn kwaliteiten gebruiken om aan mijn leerdoelen te voldoen. En vooral de wereld om me heen daarbij gebruiken. Er gebeurt zoveel. Er is zoveel om te ontdekken. Er is zoveel om te zien. Zoveel om te leren. Andere mensen kunnen me juist de handvatten geven waar ik wat mee kan. De juiste schroevendraaier die de schroef weer in beweging weet te krijgen. Die de schroef bevrijdt van de onzekerheid en misschien zelfs de onwetendheid. En wat ik daar verder mee moet, DAT moet ik zelf doen. Dat geeft me de gelegenheid om verder te lopen. Om mijn schroef los te draaien, uiteindelijk te laten voor wat het is en tot slot een spijker op de kop te slaan. En dat, dat heet zelfstandigheid. Dan kan ik zeggen dat ik het gedaan heb. Ik.

In de spiegel kijken deed ik niet graag. Maar nu ik inzie wat het met me kan doen, wat het voor me kan betekenen, welke weg het me laat inslaan en welke vooruitgang het me kan geven, heb ik er voortaan altijd een bij me op zak. Spiegels laten mij stilstaan. Stilstaan bij wie ik ben en waar ik sta. Stilstaan om vervolgens verder te gaan. Confrontatie geeft mij actie.

Zo. Ik ben er klaar voor.
Ik ga het doen.
Ik!


zondag 28 oktober 2012

Het zijn de kleine dingen die het doen


Moodswings. Ik kan niet met ze en niet zonder ze. Om het minste geringste slaat mijn humeur om. Ben ik een dag ontzettend happy en heb ik het gevoel dat dit niet kapot te slaan is, dan hoeft er maar een vlieg in mijn blikveld te komen en het is over. Gedaan met de pret. Ik heb vaak wanneer ik met iemand in gesprek ben, dat er zich zo’n voorval voordoet. In eerste instantie is het een lekker luchtig, gezellig gesprek. Over koetjes en kalfjes. Met grapjes die zich door de lucht laten fladderen. En dan plots komt daar een opmerking totaal uit onverwachte hoek. Een opmerking die ik niet had durven voorspellen. Die ik niet aan had zien komen. En die ik totaal niet had aan zien wíllen komen. Het hoeft niet eens een belachelijk lullige opmerking te zijn geweest. Het kan bijvoorbeeld al zijn dat iemand zegt dat ‘ie mijn schoenen lelijk vindt, dat ‘ie mijn idee absurd vindt, of dat ‘ie gewoonweg druk is en erg kortaf doet. Dingen die opzich puur persoonlijk zijn. Een mening of een denkwijze. Het maakt niet uit wat er inhoudelijk gezegd wordt, maar zodra het niet overeenkomt met waar ik me op had voorbereid, dan wordt mijn humeur duivels. Alle vrolijkheid verdwijnt in het niets en mijn glimlach onttrekt zich langzaam van mijn gezicht. Ik voel me dan donker en verraden. Waarom? Dat weet ik niet. Het is toegestaan. Dat mensen hun mening geven, bedoel ik. Dus waarom trek ik mij dat dan zo aan?

Ze zeggen dat het komt doordat ik een kreeft ben. Ik snap het niet. Waarom laat ik iets onbenulligs zoveel invloed hebben op mijn leven? Gelijk daarna kwam de vraag bij me op waarom ik het onbenullig noem. Dat de oorzaak van kleine aard is, wil niet zeggen dat het gelijk onnozel is. Want naast het feit dat een goed humeur om kan slaan in een slecht humeur, kan mijn duivelse gemoedstoestand zich ook ontpoppen tot een sprookjesachtige bewondering. En dat is waarom ik mijn moodswings zo waardeer. Hierom accepteer ik het wanneer mijn humeur zich naar het donker toe trekt. Dat donkere laat me koud, want ik weet wat voor buitengewoon gevoel mijn moodswing mij kan doen geven. Hoe deze onverwachts precies op het juiste moment om de hoek kan komen. En hoe deze mij met behulp van de kleine dingen kan laten stralen.

Zo gaat dat vaker met kleine dingetjes. Ondanks de omvang van het begrip kan de betekenis zo immens groot zijn. Laatst bijvoorbeeld. Toen zat ik met een pesthumeur op de bus te wachten. Ik was moe, ik had het druk, ik had geen rust, het was al laat én de bus reed niet op de aangegeven tijd. Allemaal factoren die zich met mijn humeur aan het bemoeien waren. Langzamerhand zakte mijn wenkbrauwen steeds verder naar beneden en ook mijn mond kon geen moeite meer nemen om nog enigszins plausibel een glimlach te vertonen. Sterker nog, zelfs een gemaakte glimlach kon er niet van af. Toen eindelijk mijn bus er was, stapte ik in. Natuurlijk struikelde ik al bij binnenkomst en viel ik letterlijk met mijn vouwfiets de bus in. Net zoals je wel eens met de deur in huis kan vallen. Met mijn mond op standje pruillip en mijn wenkbrauwen op half elf, zocht ik een plekje voor mij en mijn inmiddels beste vriend “Vouwfiets”. Want ondanks dat ik er erg veel kwelling mee heb, redt hij mij wel telkens weer uit de nood. Ik kan wel zeggen dat hij toch wel mijn edelsteentje van het jaar is.

Goed, ik zat dus in de bus met een humeur waar je bang van wordt. Komt daar een oude meneer aan, die zichzelf even naast mij en mijn aanhang wurmde. Het paste als een priester bij een prostituee. Net niet dus. Tot overmaat van ramp begon de verrimpelde rat ook nog zijn oh-zo-bijzondere levensverhaal aan mij op te dringen. Althans dat dacht ik.. Maar toen ik mijn oortjes van mijn ipod uit mijn oren haalde om hem te vragen of ik er langs mocht om ergens anders te gaan zitten, besefte ik dat deze oude man helemaal niet over zichzelf aan het praten was. Nouja, het ging wel over wat hij had meegemaakt, maar ongemerkt bezocht hij toch mijn gedachten en probeerde hij deze te beïnvloeden. In plaats van grommig een andere plek te vinden in de bus, bleef ik rustig zitten. Ik luisterde. Hij vertelde zijn dag. Over zijn vrouw. Over hoe erg zij altijd van de zee genoot. Dat ze daar elke zondag naartoe gingen. Dat ze dan samen hand in hand langs de kust wandelde. In de regen, in de zon, in de drukte of heel alleen. Ze genoten. Ik vroeg me af waarom hij nu alleen in de bus zat. Het was immers zondag en als ik hem moet geloven dan zou hij die dag met zijn vrouw naar zee zijn gegaan. En terwijl hij me vertelde dat hij die ochtend het as van zijn vrouw had uitgestrooid in de zee, drong het tot me door. Deze oude, verrimpelde rat was veel meer dan dat. Hij was een lief, bejaard mannetje die mij graag wilde helpen te genieten van momenten. Plots konden mijn moeheid, mijn drukheid en mijn woestheid mij gestolen worden. Het zijn de kleine dingen die het doen. 

donderdag 25 oktober 2012

Schoenen maken de man


Een vriendin van mij vertelde ooit dat ze altijd als eerste naar de schoenen kijkt wanneer er een jongen voorbij loopt. Aan de schoenen kan ze namelijk aflezen wat voor persoon die jongen is. Toen ik dat hoorde vond ik het een beetje bizar. Ikzelf keek altijd gewoon naar iemands gezicht om te kijken wat voor iemand het is. Het is de glimlach die laat zien of hij het waard is. Maar toen ik diezelfde dag op het station zat te wachten op mijn trein, was ik nog steeds bezig met wat die vriendin me had verteld. Als vanzelfsprekend dwaalde mijn ogen vervolgens de gehele wachttijd naar beneden wanneer er een jongen voorbij liep. Ik speelde een soort spelletje. Een spelletje voor wanneer je je verveelt of tijd moet verdrijven. Net als vroeger. Als je een lange rit in de auto moest zitten, dan had je van die standaard spelletjes om niet continue alleen maar saai tegen een hoofdsteun aan te moeten staren. Zo deden wij bijvoorbeeld wie de meeste zessen kon vinden op alle nummerplaten die voorbij kwamen, wie de meest voorbijkomende gele auto’s kon vinden, wie als het donker was de meeste sterren kon tellen of natuurlijk het welbekende ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet’.

Kijkspelletjes waarbij je uitzicht steeds verandert en er dus continue een nieuw doelwit openligt. Zo’n spelletje was dit ook. Ik raadde aan de hand van de schoenen, wat voor voorbijganger mij passeerde. Precies zoals mijn vriendin het vertelde. Zo heb ik mijn eigen theorie bedacht voor het beoordelen van jongens:

Bij een egale kleur vansschoen denk ik aan modieuze jongemannen, die de trends graag bijhouden. Door dit schapenlopen vallen zij vaak toch een beetje in het niet. Je kent dat wel, zodra er één schaap over de dam is, volgen er meer en voor je het weet staat iedereen aan die kant van de dam.
Bij een gekleurde of met patronen belaagde vansschoen daarentegen, hoort een wat opvallender type. Zij durven al wat meer af te wijken van de menigte en creëren hierdoor een soort eigenheid.
Dan heb je nog de sportieveling. Afgetrapte gympies waarbij het er om hangt of zijn grote teen uitsteekt of niet. Zo vaak gedragen, zoveel mee gedaan, het kan niet anders of het moet een sporter zijn.
Ook All stars worden gedragen door een bepaald stereotype mensen. Het zijn OF studenten met een status, OF alternatievelingen. Vroeger waren het vooral alternatievelingen, maar naarmate er wat jaren voorbij gingen, werden het meer de wat rijkere studenten die voor deze schoen kozen. Ze zitten tegen het bekakte aan, en ook de universiteitstatus geef ik ze nog net niet. Ze hangen er een beetje onder. Toch zijn ze wel al vaak wat ‘netter’ dan de gemiddelde persoon en ik durf te wedden dat 9 van de 10 all stars-dragers iedere zondag met een hockeystickje over het veld rennen.
En het Laarsje niet te vergeten. Het laarsje is voor de echte modieuze kerels. Zij volgen iedere trend tot in detail toe en combineren deze dan ook met elkaar. Ze zijn vaak erg sociaal en lief. Door hun modebewustheid en ietwat té sociale trekjes, lijken ze soms wat homo-achtig over te komen.
De puntschoen. Deze schoen vind je onder chique kleding. Of het nou een volledig pak is of een colbert. Een puntschoen hoort erbij. Het is dan ook niet gek dat deze schoen vooral gedragen wordt door de zakenman. Echter is er nog een groep die deze schoenen maar al te graag om hun tedere voetjes wikkelt. Namelijk de universiteitstudent. Als ik even heel ruw alle universiteitkandidaten over één kam mag scheren, zijn dit vaak erg nette mensen. Ze hebben een doel en gaan hier voor. Door middel van hun kleding laten zij hun status zien en maken deze hierdoor misschien zelfs wat hoger dan hij is. Want laten we eerlijk zijn, de puntschoen geeft een man status, of hij die nou werkelijk heeft of niet.
En dan tot slot de schoen die ik eigenlijk het liefst door de wc spoelen zou. De Nike air max. Deze schoen behoort tot de, om het maar even in spreektaal te benoemen, ‘adjes’. Het is het type dat een stoer imago neer wil zetten, maar dat hier op deze manier helaas de plank volledig mis slaat. Deze jongens lijken vaak onverzorgd door hun hoodie in combinatie met een een joggingbroek en dus, jawel, de nike air max.

Het is de schoen die bepaalt of ik de rest van de persoon wil zien. Vaak kijk ik stiekem toch wel even om te keuren of ik het goede type bij de schoen geraden heb. Die vriendin van mij met haar bizarre beredenering, heeft mij een andere blik gegeven. Verrek, het werkte dus. Het is de schoen die de man maakt. Vanaf nu kijk ik alleen nog maar naar schoenen. Zij geven intuïtief weer met wat voor iemand ik op dat moment te maken heb. Dus als er ooit nog iemand aan mij vraagt waar ik op let of wat ik belangrijk vind bij een jongen, dan zeg ik niet zijn glimlach. Nee, dan zeg ik vol trots en vertrouwen: “Zijn schoenen!”.

Sorry voor het generaliseren: No hard feelings. Ieder zijn ding. 

zondag 21 oktober 2012

Duidelijk spijt of duidelijkheid?


Ken je dat, dat je na een paar dagen, weken, maanden of misschien zelfs jaren spijt hebt van iets? Spijt van een bepaalde keuze die je hebt gemaakt. Een beslissing die je hebt genomen. Misschien heb je in een moment van bezinking iets toegezegd of ben je op een gevoel afgegaan en begint je verstand zich er nu mee te bemoeien. Spijt welke opleiding je bent gaan doen, spijt dat je die leuke schoenen niet gekocht hebt, spijt dat je te weinig tijd vrij maakt voor je vriendinnen, spijt dat je geen zin had om te leren voor dat examen, spijt dat je toentertijd die toch eigenlijk best wel leuke jongen hebt afgewezen..

Spijt. Spijt is eigenlijk een heel mooi begrip. Het kan op zoveel situaties van toepassing zijn. Er komen zoveel emoties bij kijken. Ik denk bij spijt vaak aan een moment van balen. Balen van de beslissing die je genomen hebt. Misschien zelfs verdriet. Verdrietig om de gevolgen die de beslissing met zich meegebracht heeft. Vaak ben ik dan ook een beetje boos. Boos om het feit dat ik dat niet eerder in had kunnen zien. Er kan daardoor verwarring ontstaan. Verwarring waarom ik in godsnaam die weg ingeslagen ben. 

Ik heb er nu bijvoorbeeld spijt van dat ik nooit eerder wat ben gaan doen met schrijven. Ik schrijf wel al van jongs af aan over m'n gevoelens en dergelijken, maar dat was dan meer voor mezelf. Het maakte allemaal niet zo uit hoe het er stond. Ik heb me er nooit echt in verdiept. Ik had achteraf best al een cursus willen hebben gevolgd over schrijven. Zo hoorde ik laatst dat er een cursus "hoe schrijf je een boek" bestaat. Aangezien ik bezig ben met het schrijven van een boek, sprak me dit meteen aan. Ik kom af en toe best moeilijke punten tegen waarop ik niet meer weet hoe ik verder moet. Dit duurt dan een paar dagen en dan kan ik uiteindelijk wel verder, maar wel nog steeds met enige twijfel. Dan denk ik "had ik maar dit" of "wist ik maar zo". Op zo'n moment schud ik mezelf even goed door elkaar. "Lot maak je niet druk, stel je niet aan.", zeg ik dan tegen mezelf. "Je hebt nog alle tijd, dus waarom moet alles nu meteen? Geef jezelf alsnog op voor die cursus en rock them all!". Ik ben nog jong en kan nog allerlei kansen grijpen. Mijn spijt is nu dan ook niet gigantisch, maar ik vraag me soms af waarom ik het zo, en niet net wat anders heb laten lopen. Dan vraag ik me af of ik het allemaal wel juist heb gedaan? Had ik een andere opleiding moeten volgen? Maar ik vind dit ook leuk, dus hoe kan ik dan zus? En wat moet ik zo? Had ik er meer tijd in moeten steken? Allerlei vragen die me dan bezighouden. Op deze manier laat het me nadenken en geeft het me onbewust mijn duidelijkheid. De structuur die ik hierin nodig heb.

Terugdraaien kan niet. Je kunt er wel voor zorgen dat je het de volgende keer anders doet. Bij het beseffen dat je ergens spijt van hebt, raak je als het ware voorbereid op een volgende beslissing. Waar moet je rekening mee houden en op welk gevoel kun je hierbij vertrouwen? Wat kunnen de gevolgen zijn en hoe kan ik me daarin redden? En dat is hetgeen dat ik zo mooi vind aan "spijt". Het is een begrip om van te leren. Je komt tot een moment van inzinking en vernauwing, maar tegelijkertijd wordt je kijkbeeld zo mooi verbreed. Spijt helpt je op weg naar het juiste. Dus ondanks dat je beseft dat je op dat moment beter had gekund, mag je erop vertrouwen dat je beter krijgen gaat.

woensdag 17 oktober 2012

Kattenvrees


Van die nare beesten. Beesten die van achter nog niet weten wat ze van voor al van plan zijn. Beesten uit een onverwachte hoek. Die juist als je ze uit je buurt wilt hebben, je niet met rust willen laten. Die met je spelen en dan per ongeluk expres hun nagels uitzetten. Die zich schijnheilig lief voordoen, maar eigenlijk een en al kattenkwaad met je uithalen. Het woord zegt het al. Kattenkwaad. Katten-kwaad. Katten. Nee, ik heb er niks mee. Zelfs met een grote boog er omheen lopen is voor mij al te veel gevraagd. Ze moeten volledig uit mijn buurt zijn, wil ik fatsoenlijk vooruit komen. Alleen al als ze me aankijken begint het zweet zich van alle kanten langs mijn lichaam te verroeren. Wat ik ook probeer. Hoe stoer ik mijn blik ook wil doen laten lijken, ik ben de lul. Aan alle kanten straalt het van me af. Ik ben een dikke, vette bangeschijter.

De meeste mensen die bang van iets zijn, hebben hiermee ooit een vervelende situatie meegemaakt. Ik niet. Ik weet niet wat het is dat die angst in mij oproept, ik weet alleen dat mijn stront nooit zo kleurrijk is als op het moment dat ik oog in oog sta met een kat. Het janken heeft zo’n kil en schril geluid dat ik me in mijn gedachten in een oorlog van bloed, zweet en tranen bevind.

Stel. Ik ben op visite ben bij een kattenbaasje en zit rustig op de bank van mijn kop thee te genieten. Dan opeens gebeurt het. Nietsvermoedend neem ik een slok en plots voel ik iets achter me neerploffen. Terwijl de kat één minuut geleden nog aan de andere kant van de kamer, net in mijn zicht, achter zijn eigen staart aan rende, is hij zojuist achter me op de bank gesprongen. Dat bedoel ik. Je hoeft maar even niet op te letten en ze hebben je al te grazen. Ook al doen ze me verder niks, alleen het zien van deze handeling jaagt me al de stuipen op het lijf. Wat hij werkelijk doet dat zie ik niet, maar in mijn hoofd zit hij er een plannetje te bedenken. Of misschien heeft hij die al bedacht. Het enige wat ik op dat moment nog kan denken is hoe ik hier veilig weg kom. Ik sta op en nog voordat ik een stap kan zetten staat de kat voor me neus. Hij kijkt me aan met ogen als een enge, vieze, grote man die je in enge films in het donkerste hoekje van een klein, smal, stinkend steegje het liefst vermijdt. Natuurlijk kom je hem juist op dat moment tegen. Zo voel ik me dan ook. Alsof ik in een klein, smal, stinkend steegje in het nauw gedreven ben. En dat door een fucking kat.   

En terwijl ik dit nu zo teruglees, besef ik me wat het is dat mij katten zo laat haten. Het onverwachte. Ik heb een hekel aan onverwachte situaties. Ik weet niet hoe ik daarmee om moet gaan. Op het moment dat ik bijvoorbeeld iemand tegen kom, die ik totaal niet had verwacht of die al weken niet meer in mijn hoofd is opgedaagd, sla ik dicht. Ik ben eerst een kwartier bezig om de informatie te verwerken wie er nou voor me staat, voordat ik ook maar iets zinnigs uit mijn strot kan krijgen. Er hoeft niet eens iets belangrijks of specifieks met de persoon in kwestie aan de hand te zijn, hoe goed ik hem/haar ook ken, ik val in een gat. Wat dat betreft ben ik misschien wel een beetje een autist. Mijn verwerkingsprogramma is op dat moment zo verstoord en traag, dat ik uit mijn ritme raak. Het is niet zo dat ik op zo’n moment haat heb aan die persoon, net als ik mijn haat voor katten heb gecreëerd. Maar ik moet dan even de tijd krijgen om tot rust te komen en de informatie te verwerken. Bij mensen krijg ik die tijd. 

Een gesprek bouwt zich meestal rustig op en het contact verloopt zo soepel. Het feit dat katten me dat niet gunnen, laat een draad in mijn hersenpan knikken. Ze houden van angst. Ze begrijpen niet dat iemand ze uit hun buurt wil hebben en vervolgens doen ze er alles aan om ervoor te zorgen dat je ze aardig gaat vinden. Met bij mij de tegenovergestelde werking als gevolg. Ze ondernemen vrijwel meteen actie tot dieper contact en voordat iemand het kan beseffen bevinden mijn hersenen zich in een achtbaan. Een achtbaan die op volle toeren door zesentachtig kurkentrekkers draait. Het zweet begint zich dan van alle kanten langs mijn lichaam te verroeren. Wat ik ook probeer. Hoe stoer ik mijn blik ook wil doen laten lijken, ik ben de lul. Aan alle kanten straalt het van me af. Ik ben een dikke, vette bangeschijter. 

maandag 15 oktober 2012

Een grot vol fantasie

Vandaag voelde ik me zo rot, dat ik weer zo’n dag had. Een grotdag, bedoel ik. Eens in de zoveel tijd ontpopt mijn slaapkamer zich tot een soort berghol. Alle meubels en voorwerpen veranderen in natuurobjecten. Mijn bed is een zandberg, de kasten worden rotsen, de vloer is bezaaid met gras en aan de muur groeit een klimop. Een waterval loopt langs het raam en rondslingerende schoenen en hoopjes kleren veranderen in dieren. Lieve, zachte dieren, die ongestoord genieten van de natuur. Mij het juiste voorbeeld geven. Het is er donker, want in plaats van mijn spaarlamp, gebruik ik het rolluik om een heel klein beetje daglicht mijn kamer binnen te laten stralen. Dat streepje licht is heilig en schijnt vaak precies zo, dat ik er vanaf de zandberg gebruik van kan maken. Alles klopt. Het is perfect. Daar lig ik dan, de hele dag, in mijn zandberg. Het zal me nooit vervelen, het blijft mijn beste plek. Af en toe betreed ik de buitenwereld om voedsel te zoeken. Als ik mijn prooi gevangen heb, kruip ik snel weer terug, veilig in de zandberg. Veilig in mijn grot. Nergens hoef ik aan te denken, mijn verstand zet ik gewoon op nul. Alles kan en alles mag. Wil ik dat het een zwoele zomerdag is, waarop ik heerlijk lig te bakken in het zonnestraaltje dat vertrouwd op mijn huid brandt? Dat kan. Wil ik dat ik een diepzinnig gesprek heb met het konijntje dat naast me in de zandberg ligt? Dat kan. Wil ik even helemaal niks en gewoon luisteren naar het neervallen van de waterval? Dat kan. Wat ik me ook inbeeld, niks is teveel gevraagd. Zolang ik er maar in geloof. Als ik niet zou geloven, dan zouden mijn dieren gewoon mijn kleren zijn. Mijn zandberg gewoon mijn bed en mijn rotsen gewoon mijn kasten. Mijn grot zou gewoon mijn slaapkamer zijn. En ik zou me nog altijd verdrietig en eenzaam voelen. Hoe ik dat zou overleven, daar kan ik me niets bij inbeelden. Daar wil ik niet aan denken. De hele dag nutteloos in bed liggen, wordt opeens het grootste avontuur van mijn leven. Zolang ik geen fantasie heb, kan ik ook nergens komen. Zolang ik geen fantasie heb, kan ik mijn hoofd niet legen.

Mijn grot is dus eigenlijk mijn beste vriend. Ik deel alles met hem. Als ik grimmig ben sluit ik me de hele dag op. Bij mijn grot is waar ik dan zijn wil. Het is er dan donker en alles ligt overhoop. Overal liggen obstakels. Waar ik me dan natuurlijk aan bezeer en irriteer. We beïnvloeden elkaar. Dus hoe ik mij ook voel, het maakt hem niks uit. Ook als ik me goed voel, past mijn grot zich aan. Hij staat me dan met open armen op te wachten. Het is dan eigenlijk niet meer mijn grot, maar ook dan kan ik er echt genieten. Met mijn favoriete plaat op en de volume op zijn hoogste stand, swing ik naar alle hoeken van de kamer. Mijn bed wordt dan een podium, mijn bureau vormt zich om tot bar. Mijn kussen wordt mijn danspartner en mijn lamp zorgt voor de spotlight. Mijn grot weet wat ik dan nodig heb. Mijn grot heet dan mijn dansvloer.

Ik zie een grot eigenlijk als koud en dor en bar en slecht. Ik associeer een grot met donker en eenzaam, maar ook met veilig en stil en een plekje voor mezelf. Eigenlijk is het heel raar dat ik mijn slaapkamer als “grot” en “hem” benoem. Je zult wel denken, het is toch gewoon een slaapkamer? Maar voor mij is het niet altijd ‘gewoon’ een slaapkamer. Het is niet altijd zomaar een kamer. Soms is het een grot. Dan is het mijn schuilplaats. Hij is zoveel voor mij gaan betekenen, dat ik het als een vriend ben gaan zien. Een vriend die er altijd voor me is. Juist wanneer ik me koud en dor en bar en slecht voel. Als ik me donker en eenzaam voel, en veilig en stil op een plekje voor mezelf wil zijn.

En natuurlijk hou ik er niet van om de hele dag in bed te liggen. Integendeel zelfs. Ik voel me dan zo nutteloos dat ik het liefst binnen vijf minuten de avondvierdaagse rondloop. Maar soms dan is het gewoon even nodig. Soms moet mijn grot mijn grot zijn. Het is geen plek waar ik een hele week wil zijn. En ook al kom ik er iedere dag, op de meeste momenten is mijn bed gewoon mijn bed. Geen korreltje zand zal mij dan vergezellen. Ook al kan er in mijn grot alles gebeuren wat ik in mijn gedachten maar toelaat, het blijft een plekje van eenzaamheid. Een plekje waarnaar ik vlucht. Een plekje waar niemand kan komen. En soms dan is het gewoon even fijn om zo’n plekje te kunnen omarmen. Om een schuilplaats te kunnen creëren. Om even alles van me af te zetten. Maar alleen als ik het echt nodig heb. Eens in de zoveel tijd. 

maandag 8 oktober 2012

De wereld van muziek


Muziek is mijn oplossing. Voor alles. Het laat me zoveel gevoelens ervaren, dat ik er soms zelf bang van word. Gevoelens waarvan ik het bestaan niet eens af wist. Zet een willekeurig nummer op en ik betreed een zelf gecreëerde wereld vol genot, wonderen, absurditeit,  frustratie of misschien zelfs wel afschuw. Alsof ik onder invloed ben van drugs en me volledig afsluit van de buitenwereld. Helemaal weg van de mensen om me heen. Ik keer dan naar mijn wereld van emoties. Daar waar ik het altijd zo moeilijk vind mijn emoties te tonen, daar kom ik ze hier stuk voor stuk onweerlegbaar tegen. Zonder enige moeite ga ik de confrontatie aan. Mijn hart wordt als vanzelfsprekend gelucht. En het helpt al-tijd. Waar ik ook naartoe wil, wat ik ook kwijt wil, met muziek lukt het.

Laten we beginnen bij de wereld van Rock Indie. Al bij de eerste muzieknoot kan het gedaan zijn. Het pure geluid van de slagstrumenten in het nummer “paper aeroplane” van Angus and Julia Stone bijvoorbeeld. Ze nemen me mee de diepe oceaan in. Of ik nou wil of niet. Al op een zelfgebouwd vlot varend, kijk ik uit over het grote eiland dat voor me ligt. Ik trek mijn roeien in en ga op mijn rug liggen. Golvend drijf ik op het water. Hier en daar een vogel die zachtjes fluit, of het geluid van een vis die een golf induikt. Heerlijk. Terwijl ik op het vlot lig en zachtjes naar de geluiden van nu ook de snaarinstrumenten luister, sluit ik mijn ogen. Het geeft me rust. Ik raak volledig tot mezelf gekeerd en geniet van iedere noot. Als de noten langzaam tot hun outro komen en ik voorzichtig wakker word, ben ik een nieuwe ik. Ik ben weer leeg, ik ben weer vrij. Ik ben weer helder.

Er zijn ook momenten dat ik te down ben voor dit soort muziek. Als ik het dan op zou zetten, zou ik verzeild raken in een depressiviteit circuit. Om dat te voorkomen bestaan er ook middelen die mijn energie gehalte opkrikken. En dan heb ik het niet over die kleine, witte pilletjes. Nee dan heb ik het over Dubstep. Of je het nou hebt over de echte hardere dubstep of de wat bescheidenere zachte variant, beide hebben ze zo hun werking. Het is alsof er iets niet klopt aan de muziek, waardoor alles door de war wordt geschopt. De a-ritmische klanken geven me zo’n klap in mijn gezicht dat ik hoe dan ook wakker wordt geschud. En dan hoef ik niet eens aangeraakt te worden. Je zou zeggen dat dit soort muziek dan wel heel lelijk moet klinken, maar dat is het hem nou juist. Ondanks de foutieve samenhang vormt het toch een eenheid. Als vanzelf grijpen de noten mijn lichaam aan en voor ik het weet sta ik te bewegen op de beat. Langzaam gooi ik alles van me af en begin ik me steeds vrijer te voelen. Agressiviteit wurmt zich stiekem langs mijn aderen, maar toch blijft deze summier. Voilà, daar is mijn energie.  

Van popmuziek moet ik niks hebben. De top 40 waar je elke dag mee dood wordt gegooid door de media doet me niks. Juist door dat doodgooien. Door het zomaar naar iedereen toe te werpen en het vervolgens ook nog door iedereen plat gedraaid te laten worden, maak je het onbenullig. Het is niet meer bijzonder. Voor mij moet muziek uniek zijn, pas dan kan ik mij ook zo voelen. Het is iets van mijzelf. Mijn emoties zijn van mij en die wereld wil ik zo dichtbij mogelijk houden. Pas dan kan die plaat onbezorgd grijs gedraaid worden.

Buiten de genres die invloed hebben op mijn gemoedstoestand, speelt de songtekst hierbij ook een grote factor. De meeste mensen luisteren onbenullig naar een liedje en nog voordat ze überhaupt beseffen wat er gezongen wordt, vinden ze het al een hit. Puur en alleen omdat het zo lekker klinkt. Of nog erger: omdat MTV het uitzendt. Maar luister je naar de tekst, dan gaat het net even wat dieper. Het mooie hierbij vind ik dat het op de een of andere manier ook altijd zo passend is op mijn eigen leven. Het maakt niet uit welke dag het is of hoe ik mij voel, de muziek slaagt er altijd in om een vonk van herkenning bij me op te brengen. Laatst voelde ik me heel verdrietig en dacht ik dat alles me tegenzat. Alles verliep niet zoals ik wilde en het leek wel of ik volledig uit het zicht verdwenen was. Verplaatst naar een ander universum. Droevig zat ik op mijn bed en zette wat muziek op, toen plots het nummer “Lighthouse” van Patrick Watson voorbij kwam. Ik had het nummer al wel eens gehoord maar me nog nooit echt verdiept in de songtekst. Door de stilte die ik voelde ging ik mij automatisch op de tekst concentreren. Verrek, dacht ik. Dit gaat over mij. En gelijk verscheen er een klein glimlachje op mijn gezicht. Het was een soort van herkenning. Of misschien zelfs erkenning. Het besef dat ik niet de enige ben die zich wel eens zo voelt. Het besef dat het mag. Het besef dat het kan. Enigszins opgewekt ging ik naar beneden en de rest van de dag kon ik de hele wereld aan. Muziek is mijn oplossing. Altijd.

zondag 7 oktober 2012

De meeste dromen zijn bedrog


 Soms heb ik het gevoel dat ik dingen kan, die ik eigenlijk helemaal niet kan. Wanneer ik bijvoorbeeld op een dag doodnormaal over straat loop, komt plots de gedachte in mij op dat dat doodnormaal over straat lopen omslaat tot een spectaculaire circusact waarbij ik al flikflakkend de straat over steek. Die gedachte wordt vervolgens vervolgd door het verbazingwekkende “wait…what???”-moment en met een verbluffend gezicht loop ik (met moeite mezelf onderdrukkend niet toch een flikflak te proberen, IK KAN HELEMAAL GEEN FLIKFLAK) heel normaal verder. Waar komt die gedachte vandaan?

Ook heb ik wel eens het idee dat ik een superprofessionele moderne danseres ben. Kampioen van heel de wereld, met thuis een kast vol met honderden bekers van gewonnen wedstrijden en talentenshows. Wanneer er een heerlijk rustig muziekje op staat, neem bijvoorbeeld “Cinematic Orchestra ft. Patrick Watson – To build a home”, begin ik als vanzelfsprekend melancholisch te bewegen op de muziek. Onbewust maken mijn armen de meest sierlijke bewegingen, waarbij mijn benen zich in de meest ingewikkelde posities verstrengelen. Op het moment dat ik bijna met een klap de grond raak, kom ik net op tijd bij bewustzijn en vraag ik mezelf af waar the fuck ik in hemelsnaam mee bezig ben. Als ik terugdenk aan hoe de voor mij in mijn hoofd zo elegante dansact er in werkelijkheid als een monsterlijk dramagewoel uit moet hebben gezien, schaam ik me diep en ben ik blij dat ik me veilig en alleen op mijn kamer bevind. Waarom deed ik dit?

Om het nog maar niet te hebben over de gedachten die bij me op komen wanneer ik heel nonchalant tegen het bushokje leunend sta te wachten tot het openbaar vervoer mij niet teleur gaat stellen. Want hoewel een normaal mens zich druk zou maken over het steeds groter wordende aantal minuten die de bus te laat is, spookt bij mij de gedachte in mijn hoofd waarbij ik me inbeeld hoe het zou zijn als ik met de andere buswachtende op een ver verlaten eiland terecht zou komen. Hoe zou dat eiland eruit zien? Hoe zouden we daar moeten overleven? En het belangrijkste, aan wie van hen zou ik de meeste steun hebben? Het liefst zou ik het ze nog vragen ook.. Wat zij op zo’n moment zouden doen. Een fikse discussie starten. Maar omdat deze vraag ronduit belachelijk klinkt en ik het mezelf bespaar om schaamtevol door de grond te zakken, houd ik keurig mijn mond en blijf ik vervolgens achter met een hoofd vol vraagtekens. Niet alleen omdat ik nu de absurde eilandvraag niet kan beantwoorden, maar vooral om het feit dat die absurde vraag in godsnaam op doodnormale, dagelijkse momenten als deze in mijn hoofd optreedt. Waarom wil ik dat weten?

Soms denk ik dat dit dromen van mij zijn. Dat die gedachten bij me op bezoek komen om kennis met me te maken. Om te laten zien, waar ik eigenlijk naar moet streven. Maar waarom zou ik in godsnaam met een stel wildvreemden op een verlaten eiland terecht willen komen? Waarom zou ik al flikflakkend de straat over willen? En waarom zou ik van die ingewikkelde slangenbewegende dansjes willen kunnen? Ik heb toch al mijn eigen talenten? Het kunnen natuurlijk onderbewuste dromen zijn. Ik geloof daar wel in, in het onderbewuste. Gedachten verzin je tenslotte zelf en dat doe je niet omdat je het nou zo leuk vindt om olifanten te kijken in de dierentuin. Ik hou het er dus op dat het dromen zijn. Dromen hoeven niet uit te komen. Vanwaar komt anders de uitspraak “de meeste dromen zijn bedrog”? Van mij mogen deze dromen daaronder vallen. Ik vind het niet erg dat ze opdagen, soms geeft het me juist wat moed. Ik kan er om lachen en wat dat betreft doen ze me wel goed.

Wat ik in ieder geval wel weet is dat ik ook dromen heb waar ik wel achter sta. Zo lijkt het me stiekem erg leuk om de liefde van mijn leven in het buitenland te ontmoeten. Daarna uitermate teleurstellend en eenzaam terug naar Nederland te keren. Maanden in tranen en pijn te leven en vervolgens het grootste geluk van mijn leven te beleven in het programma “All you need is love”. Het moment van weerzien is op dat moment zo hartvullend volmaakt, dat het je allemaal waard is geweest. Dan zweef je op wolken. Ik denk namelijk dat je pas echt geluk kan ervaren wanneer je hier zodanig naar uit hebt gekeken dat het je gewoon zeer heeft gedaan. Zo’n moment van hereniging moet naar mijn idee heerlijk zijn. Verrukkelijk. Zalig. Pas dan kun je met een voldaan gevoel zeggen dat je geluk hebt ervaren.

Daarnaast heb ik nog een tweede grote levensdroom. Dat is namelijk het schrijven van een boek. Maar niet zomaar een boek. Ik wil dat deze zodanig goed is, dat heel Nederland hem leest en ik word uitgenodigd bij “De wereld draait door” om het te hebben over mijn briljante doorbraak. Ik kijk altijd naar de wereld draait door en ik heb zoveel respect voor de mensen die daar aan tafel komen te zitten. Ik kijk tegen ze op en stiekem ben ik ook best een beetje jaloers op ze. Ik wil dat ook. Het gevoel dat je iets zo goed gedaan hebt, dat zij het daar met je willen bespreken. Dan pas ben je echt goed. En als ik zo goed kan zijn dat zij mij daarbij willen noden, pas dan zal ik geloven dat mijn missie geslaagd is.

Je zou nu kunnen denken dat ik gewoon een enorme aandachtsfreak ben. Maar dat is het hem nou juist. Dat ben ik dus totaal niet. Ik hou er niet van om in de aandacht te staan en die spotlights sta ik met een groot genoegen af aan een ander naast mij. Ik ben altijd van het 'laat mij mijn ding maar doen en kijk daarbij vooral niet mee over mijn schouder'. Maar op de een of andere vreemde manier zal deze ervaring mij voldoening geven. Ik zal het niet doen voor de roem of aandacht, ik zal het doen voor mezelf. En als ik het gevoel heb dat het het waard is, dan wil ik dat graag met anderen delen. En misschien zijn deze dromen ook wel bedrog, maar deze dromen geven mij op zijn minst een doel. Ze geven mij een streven.

Het leugentje om bestwil


Het moment wanneer je een cadeau ontvangt wat je afgrijselijk vindt. Dat moment waarin je maag zich als een wasmachine alle hoeken van de kamer introduceert, maar waarbij je toch moeizaam een geforceerde lach op je gezicht probeert te toveren. Het moment van ongemak, van leugen, van schijnheilig doen alsof.

Kiezen of je gaat voor de harde, kwetsende, stekende waarheid of het comfortabele, geruststellende, goedvallende leugentje. Je zou zeggen easy choice. Iemand pijn doen, doet ook jou pijn. Je wilt iemand niet teleurstellen. Dus ga je al gauw voor de ietwat mooiergemaakte, opgeleukte versie. Het leugentje om bestwil.
Maar is dat nou wel zo verstandig? Is het wel zo slim om te verzinnen?

Je oma komt na haar vakantie in Tsjechië op visite en heeft een kleinigheidje voor je meegenomen. Apetrots overhandigt ze je haar nog ingepakte schone. Het papier is een beetje gescheurd waardoor je al een glimpje opvangt en van schrik laat je het "juweel" al bijna uit je handen vallen. Je ziet iets mat gouds blinken. Althans het is een verkitschte versie van het nepgoud dat ze bij het Kruidvat verkopen. Geel, dof en groenafgevend. Je bereid je voor. Nog voordat je uberhaupt een lach op je gezicht kan toveren, heb je het kille gilletje er al uitgefloept. Snel sla je je hand voor je mond en met een enigszins scheve glimlach vertel je haar dat je het erg mooi vindt. Een slangenketting. Een slangenketting die fijn en elegant om je nek zou moeten vallen maar net IETS te grof is, waardoor je een mislukte Cruella lijkt die hip probeert te zijn. Zodanig grof dat het goud er aan alle kanten afbreekt en heel je kleren onder zullen komen te zitten. Zo'n slangenketting waar je nog niet dood mee gevonden wilt worden, maar die je (uit goed fatsoen) "altijd al had willen hebben!". Op zo'n moment kan je het niet over je hart verkrijgen om je oma een minachtende blik te geven en haar achter te laten met een minderwaardigheidscomplex. Nee. Dat doe je niet.

Maar moet je hier dan over liegen? Moet je elke verjaardag waarop je haar zult zien je volledige kast leeghalen om de slangenketting tevoorschijn te toveren en keurig om te doen zodat ze ziet hoe blij je ermee bent? Moet je al die keren voorschut staan bij de hele familie, met een geforceerde, stralende lach omdat je er zo "goed" uitziet met die ketting? Om over de heen-/terugreis nog maar te zwijgen. Je zult namelijk heel wat verkeersongelukken veroorzaken wanneer je met zo'n ketting over straat rijdt. Een verkeerde lichtinval en je tegenligger zal verblind worden van de weerkaatsing, waardoor hij vervolgens op jou en je afgedwaalde, aan Miss Slangenketting 2012 winnares denkende gedachten inrijdt.
En wat als je oma je onverwachts tegen het lijf oploopt? Wat als je die dag toevallig net geen familieverjaardag hebt en je de ketting dus erg veilig in de diepste hoek op de hoogste plank achter de grootste stapel kleren in je kast hebt opgeborgen? Moet je je oma dan teleurstellen? Of moet je zorgen dat je de ketting gewoon 24/7 bij je draagt in je handtas? Zodat je bij noodgevallen altijd jezelf kunt redden? Om ongeluk te voorkomen lijkt het me niet slim om die ketting zovaak en zolang bij je te dragen. De afschuwelijkheid straalt een ongeluk uit van jewelste en voor je het weet ben je de ongelukkigste persoon op aarde. Nee, dit is geen optie. Ooit zal je een keer zo'n haast hebben om op een verjaardag te komen, dat je vergeet de ketting onder je mooiste glimlach te laten stralen. Ooit gaat het mis. Ooit ben je de pineut. Je oma zal dingen in gaan vullen. Ze zal ontdekken dat je al die tijd een grote act met haar speelde. Dat je de ketting hebt weggegooid of misschien wel verbrand. Dat je haar alsmaar hebt voorgelogen. En is die grote teleurstellende blik op oma's treurige, trillipperige, traanogende snoetje dat waard? Ik dacht het niet nee.
Al met al, leugens komen altijd uit. Als hetgeen waarover je dagen, weken, maanden of misschien zelfs jaren loog aan het licht komt, zal de pijn altijd dieper snijden dan de 2 minuten waarin je je oma meteen vertelt dat die slangenketting toch eigenlijk niet helemaal jouw smaak is. Verman jezelf, en sta je woordje. De leugen is niet om bestwil, maar omdat je het eigenlijk best wil. Je durft de waarheid niet aan en dus verzwak je jezelf tot een leugentje. Niet doen. De waarheid is nou eenmaal hard, maar een leugen is nog harder.

woensdag 3 oktober 2012

Doe-het-zelf therapie


Ik zit in therapie. Eigenlijk al heel lang. Geen echte therapie, waarbij je onderuitgezakt op een bank ligt, met tegenover je een bruinharige met bijpassende kleur ogen, lief uitstralende, ja- knikkende mevrouw in een grote draaistoel waarmee ze om de vijf minuten van links naar rechts beweegt. Nee, niet zo eentje als in de grote, bekende, amerikaanse films waarbij je het gevoel hebt dat je volkomen begrepen wordt, terwijl de therapeut in kwestie in feiten alleen een ongelooflijk slechte poging doet tot geconcentreerd luisteren. Nee. Ik heb het over een volledig eigen ontwikkelde therapie. En het helpt. Eerst gebeurde dat onbewust, ik dacht dat ik het gewoon leuk vond. Nu weet ik waarom ik het doe. Ik kijk namelijk naar GTST. En sinds kort besef ik me wat voor invloed dat op mij heeft. Ja echt, buiten het feit dat ik het gewoon even heerlijk vind om met mijn verstand op nul en mijn benen in de lucht voor me uit te staren, heeft het ook nog eens een functie op mijn hersenen. De kwaaltjes die er in mijn ogen uitzien als loeigrote wereldproblemen, verdwijnen bij het kijken van dit programma als sneeuw voor de zon. Als muizen voor katten en misschien zelfs als joden voor Hitler.

Mijn liefdesontwikkeling is een ingewikkeld onderdeel van mijn leven. Althans, dat dacht ik. Maar vergeleken met het dramatisch complex en treurig leven van bijvoorbeeld een Nina Sanders, mag ik blij zijn met het mijne. Ontvoerd zijn in je jongere jaren, verlamd raken, bijna vermoord zijn door een jaloerse “vriendin”, ouders die je niet geloven en je bijna naar een gekkenhuis willen sturen, gedumpt worden door je man die vervolgens nog voor de scheiding op de vlucht slaat, zonder dat je het weet gebruikt worden door de nieuwe liefde waar je je na de dumping van je man volledig op gestort hebt. Als ik dat zo allemaal eens op een rijtje zet en me dan besef hoe Nina er nog altijd even sterk en vrolijk bij huppelt, dan mag ik niet klagen en inzakken met mijn superzorgzame familie en lieve vrienden die altijd voor mij klaar staan. Wat zijn mijn problemen dan nog? Juist, ze zijn geen problemen. Hoewel ik altijd van mening ben dat ieders problemen, ongeacht de grootte of waarde van het probleem, een even erge impact op de probleemeigenaar kunnen hebben. Iedereen reageert anders op problemen, en voor de één is een dode hond net zo erg als een geamputeerde arm is voor de ander. Toch geeft deze soap een twist aan mijn gedachte. Op de één of andere manier weten ze het altijd zo te spelen dat ik mijn problemen niet meer als last ga zien. Want is een blauwtje lopen dan bijvoorbeeld echt zo’n “ik-heb-een-waardeloos-leven-en-ik-blijf-voor-altijd-alleen”-veroorzaker? Kijk een avondje GTST en je hebt je antwoord.

Ik laat een traantje vallen als ik om zes uur op moet staan, maar als ik zie dat Sjors huilt omdat ze Bing in zijn buik heeft gestoken, moet ik bij het horen van mijn vroeg loeiende wekker eigenlijk stiekem gewoon een beetje lachen. Ik raak gefrustreerd als een vriendin van mij 20 minuten te laat is, waardoor we niet optijd bij de film komen, maar als ik zie dat Jack zijn vlucht om tot hereniging met zijn geliefde Lorena te komen mist omdat hij in zijn haast wordt aangereden door de ex van zijn zus, bedenk ik me dat ongegeneerd met een filmpje languit op de bank liggend nog vele malen beter is dan een avondje bios. Ik word boos wanneer ik mezelf weer eens voor de gek heb gehouden met het verliefd worden op een jongen, maar als ik zie dat Rick en Nuran zichzelf voor de gek houden door te gaan trouwen met een willekeurige vrouw/man, waardoor ze hun liefde voor elkaar volledig tekort doen, dan ben ik blij dat ik die puberige verliefde opwelling snel weer kan vergeten en zo de kans om mijn ware liefde tegen het lijf te lopen weer vergroot. Ik werd gek van al de nietszeggende onderzoeken die ik kreeg toen mijn niemandsbegrijpende beenprobleem opspeelde, maar als ik zie dat Maxime vals wordt beschuldigd door iedereen (o.a. haar bloedeigen broer) voor poging tot moord, daardoor alles kwijtraakt inclusief haar huis, in het ziekenhuis belandt en er weet ik het wat aan over houdt, dan durf ik niet eens meer een klein gilletje te geven als ik alleen al mijn teen stoot.

Iedere avond om 20.00 uur neem ik dus weer braaf plaats voor de televisie. Het is een soort must geworden. Een primitieve levensbehoefte. Ik heb het nodig, anders ben ik niet gelukkig. Triest zou je zeggen. Dat de grootste bullshitsoap ever je moet helpen gelukkig te worden. Maar waarom mag je van therapie geen genot maken? Jezelf gelukkig maken is geen zonde. En als het helpt, wat let je dan nog? Triest of niet triest, GTST is mijn ding. En dat blijft het. 

maandag 1 oktober 2012

Spetter spieter spater, kreeften in het water..


Ik lees kranten en tijdschriften altijd alleen om feitjes te lezen over mijn sterrenbeeld. Ik ben een kreeft en daar heeft het universum nogal wat dingen voor vastgesteld. Net als voor alle andere sterrenbeelden overigens. Maar op de een of andere manier kan ik mij er altijd verdomd goed in vinden. In die kreeftenfeitjes. Zo heb ik volgens de sterren vaak last van mood-swings, ben ik overgevoelig, stel ik mij onbereikbaar op en behoor ik tot de gelukkigen die het voor elkaar hebben gekregen een nog ingewikkelder brein te creëren dan de gemiddelde vrouw al heeft. Nu hoor ik je denken, wat een ongelooflijke last moet het zijn om een kreeft te zijn. Maar ho, laten we geen overhaaste conclusies trekken. Ik heb ook goede kanten. Zo ben ik erg romantisch, ben ik koning in het verrassen van iemand, ben ik zorgzaam en sta ik al-tijd voor je klaar. Althans ze zeggen het. De sterren. En ik moet toegeven.. soms schrik ik wanneer ik zulke dingen lees. De uitspraken die bekend zijn over mijn sterrenbeeld zijn soms zo waar dat ze eng worden. Mooi vind ik dat. Dat iets je zo kan raken waar je totaal geen invloed op hebt. Dat iets je zo kan kennen, zonder dat ze je echt kennen. Dat iets al van te voren bepaald hoe jij in elkaar zit. En dat ik ondanks mijn onbereikbare mysterieusheid, toch altijd ontraadseld kan worden door mijn grote vrienden de Sterren.

Ik kan eigenlijk wel zeggen dat die vrienden van mij, mijn leven beïnvloeden. Ze voeren behoorlijk veel macht op mij uit. En ik heb het zelf vaak niet eens door. Soms laat ik mijn beslissingen hier te erg van afhangen. Alleen al om zelf het keuzes maken te vermijden. Ik ontloop namelijk het maken van keuzes. En de sterren helpen mij. Ze voelen mij aan. Maar zelfs als ik nog niet eens besef dat ik voor een keuze sta, kunnen zij ervoor zorgen dat ik toch keuzes ga maken. Dan is dit totaal niet nodig en maak ik overhaaste beslissingen. Zo las ik laatst dat een kreeft nooit gelukkig is, alleen wanneer hij/zij langs het water woont. Ha.. Water.. Ik keek om me heen. Water.. Tsja. Laat ik nou net niet langs het water wonen. Dus ja hoor, de alarmbellen gingen al rinkelen, en nog voor ik het kon beseffen had ik mij iets in mijn hoofd gehaald. Ik moet naar het water. Wat nou als ik in een grote droom leef, waarin ik nog helemaal geen echt geluk ken? Wat als het geluk dat ik tot nu toe gevoeld heb allemaal schijn blijkt te zijn? Wat als alles een fopje is?

Wat als, wat als, wat als. Daar heb je het alweer, het afwegen. Het afwegen komt me mijn neus uit, en het overwegen om me over te geven aan de sterren maakt me zwak. Ik moet hier iets mee, ik kan hier iets mee. En nog net optijd, net voordat ik op weg naar het park was om een hutje te bouwen langs de vijver, net voordat ik mijn hele leven overhoop ging halen, net voordat ik de verkeerde beslissing zou nemen, net voordat ik mezelf in een grote waterval zou laten vallen, trok ik aan de bel. Lotte, neem dat afwegen nou voor lief en doe één keer iets wat je zelf beslist. Laat de sterren in hun waarde, maar luister alsjeblieft voor één keer echt naar jezelf. Dus dat is wat ik deed. Ik bleef veilig in mijn eigen, vertrouwde omgeving wonen en hou het bij iedere ochtend simpelweg een vreugdedansje onder de douche. Als ik zelf niet naar het water kan, dan haal ik het water maar naar hier. Zo doe ik geen domme dingen, maar luister ik toch nog een beetje naar de sterren. En wanneer het regent, heb ik feest.

Koffieboon of theeleuter?

Bij mij op mijn werk zeggen ze dat ik lastig ben. En dan bedoelen ze vooral lastig wanneer de pauzes aanbreken. Vijf minuten voor de pauze gaat er altijd braaf iemand naar achter om te zorgen dat er koffie en thee gezet wordt. Precies genoeg, voor ieder wat wils. Nu heeft iedereen zo zijn vaste drankje en wisten ze dus altijd exact hoeveel koffie en hoeveel theewater ze op moesten zetten. Maar toen kwam ik..


“Lotte wat drink je?”
*Lotte kijkt slaperig op, nog in haar ogenwrijvend denkt ze na. Ze moet wakker worden.* “Hm, doe maar koffie.”

..De volgende dag..

“Lot kom je? Ik heb koffie voor je gezet!”
            “Oh, kan ik misschien ook thee krijgen?”
“Hm, dan moet ik zo nog even wat water opzetten.”

..De volgende dag..

“Lot, ik heb lekker thee voor je gezet, kom maar gauw naar binnen.”
            *Nog moe van de slechte nacht kijkt Lotte op.* “Is er ook nog koffie?”
“Zal zo nieuwe voor je zetten.”


Iedere ochtend staan ze weer voor een verrassing. Gelukkig kunnen ze er wel om lachen. Ze zijn nu op het punt aangekomen om proberen te achterhalen wanneer ik koffie en wanneer ik thee drink. Zo is het spel “Raad de Lotte lust” ontstaan. Helaas gaat dit spel ze nog niet goed af. In principe zou het heel simpel kunnen zijn. Het hangt van mijn gemoedstoestand af. Ben ik moe en heb ik nog naweeën van mijn ochtendhumeur, dan drink ik koffie. Heb ik het koud en loop ik te kleumen, dan drink ik thee.

Wanneer je dit kunt inschatten, kom je al een heel end. Maar laat er zo nu en dan ook nog een tweede kink in de kabel zitten. Er bestaat namelijk altijd nog de kans dat ik afwijk van mijn ingewikkelde beredenering, en het nog ingewikkelder maak waardoor je flabbergasted achterblijft. Want hey, wat zien we daar. Juist, natuurlijk liggen er obstakels op de weg. Laten we hierbij namelijk de boosdoenende factoren die meespelen en de hele simpelheid in één klap omver blazen niet vergeten. Want wat nou als ik moe ben EN het ontzettend koud heb? Dan moet ik prioriteiten gaan stellen. Keuzes maken. En laat dat nou net iets zijn waar ik een godsgloeiende hekel aan heb..

Wil je dit of wil je dat? Lust je aardappels of rijst? Hou je van blauw of van geel? Doe je zus of doe je zo? Ga je naar Rome of Parijs? Neem je slippers of sandalen? Kom je mee of blijf je thuis? AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAllemaal vragen waarbij ik gillend, met mijn handen in de lucht zwaaiend, olifantstappend of misschien zelfs aapslingerend door de kamer ren. Geef me een vraag en ik begin te twijfelen. Want wat nou als links toch beter blijkt te zijn dan rechts? En stel je voor dat ik veel meer aan dit blijk te hebben dan aan dat. Hersendodend noem ik het. Zodra ik een vraagteken zie, gaat er een soort alarmbel af. Mijn hersencellen draaien overuren en mijn hart klopt volle toeren. Mijn bloed stroomt in de volste versnelling en mijn haren krioelen als vanzelf overeind. Mijn lichaam raakt uitgedroogd van al het zweet dat ik verlies en om de vijf minuten wordt mijn maag geleegd. 

Keuzes, keuzes, keuzes. Een keuringshuis van paden en laantjes waarbij je moet gaan wikken en wegen. Nee, geef mij maar gewoon een vooraf vastgesteld menu. Niks geen afwegingen. De Hitler die het woord “afwegen” heeft uitgevonden, mag van mij zijn neus vol stauwen met knikkers. Alles heeft goede en minder goede kanten. Hoe kun je nou weten welke goede kanten je beter kunt gebruiken dan de andere. Nee. Ik word er gek van. Als er ooit nog iemand is die de wereld wilt verbeteren; vind een keuze-maak-apparaat uit en ik ben van jou. Vanaf die dag, zal ik alleen nog maar thee drinken. Of toch koffie..