Soms heb ik het gevoel dat ik dingen kan, die ik eigenlijk
helemaal niet kan. Wanneer ik bijvoorbeeld op een dag doodnormaal over straat
loop, komt plots de gedachte in mij op dat dat doodnormaal over straat lopen
omslaat tot een spectaculaire circusact waarbij ik al flikflakkend de straat
over steek. Die gedachte wordt vervolgens vervolgd door het verbazingwekkende
“wait…what???”-moment en met een verbluffend gezicht loop ik (met moeite mezelf
onderdrukkend niet toch een flikflak te proberen, IK KAN HELEMAAL GEEN FLIKFLAK)
heel normaal verder. Waar komt die gedachte vandaan?
Ook heb ik wel eens het idee dat ik een superprofessionele
moderne danseres ben. Kampioen van heel de wereld, met thuis een kast vol met
honderden bekers van gewonnen wedstrijden en talentenshows. Wanneer er een
heerlijk rustig muziekje op staat, neem bijvoorbeeld “Cinematic Orchestra ft.
Patrick Watson – To build a home”, begin ik als vanzelfsprekend melancholisch
te bewegen op de muziek. Onbewust maken mijn armen de meest sierlijke
bewegingen, waarbij mijn benen zich in de meest ingewikkelde posities
verstrengelen. Op het moment dat ik bijna met een klap de grond raak, kom ik
net op tijd bij bewustzijn en vraag ik mezelf af waar the fuck ik in hemelsnaam
mee bezig ben. Als ik terugdenk aan hoe de voor mij in mijn hoofd zo elegante
dansact er in werkelijkheid als een monsterlijk dramagewoel uit moet hebben
gezien, schaam ik me diep en ben ik blij dat ik me veilig en alleen op mijn
kamer bevind. Waarom deed ik dit?
Om het nog maar niet te hebben over de gedachten die bij me
op komen wanneer ik heel nonchalant tegen het bushokje leunend sta te wachten
tot het openbaar vervoer mij niet teleur gaat stellen. Want hoewel een normaal
mens zich druk zou maken over het steeds groter wordende aantal minuten die de
bus te laat is, spookt bij mij de gedachte in mijn hoofd waarbij ik me inbeeld
hoe het zou zijn als ik met de andere buswachtende op een ver verlaten eiland
terecht zou komen. Hoe zou dat eiland eruit zien? Hoe zouden we daar moeten
overleven? En het belangrijkste, aan wie van hen zou ik de meeste steun hebben?
Het liefst zou ik het ze nog vragen ook.. Wat zij op zo’n moment zouden doen.
Een fikse discussie starten. Maar omdat deze vraag ronduit belachelijk klinkt
en ik het mezelf bespaar om schaamtevol door de grond te zakken, houd ik keurig
mijn mond en blijf ik vervolgens achter met een hoofd vol vraagtekens. Niet
alleen omdat ik nu de absurde eilandvraag niet kan beantwoorden, maar vooral om
het feit dat die absurde vraag in godsnaam op doodnormale, dagelijkse momenten
als deze in mijn hoofd optreedt. Waarom wil ik dat weten?
Soms denk ik dat dit dromen van mij zijn. Dat die gedachten
bij me op bezoek komen om kennis met me te maken. Om te laten zien, waar ik
eigenlijk naar moet streven. Maar waarom zou ik in godsnaam met een stel
wildvreemden op een verlaten eiland terecht willen komen? Waarom zou ik al
flikflakkend de straat over willen? En waarom zou ik van die ingewikkelde
slangenbewegende dansjes willen kunnen? Ik heb toch al mijn eigen talenten? Het
kunnen natuurlijk onderbewuste dromen zijn. Ik geloof daar wel in, in het
onderbewuste. Gedachten verzin je tenslotte zelf en dat doe je niet omdat je
het nou zo leuk vindt om olifanten te kijken in de dierentuin. Ik hou het er
dus op dat het dromen zijn. Dromen hoeven niet uit te komen. Vanwaar komt anders
de uitspraak “de meeste dromen zijn bedrog”? Van mij mogen deze dromen daaronder
vallen. Ik vind het niet erg dat ze opdagen, soms geeft het me juist wat moed.
Ik kan er om lachen en wat dat betreft doen ze me wel goed.
Wat ik in ieder geval wel weet is dat ik ook dromen heb waar
ik wel achter sta. Zo lijkt het me stiekem erg leuk om de liefde van mijn leven in het buitenland te ontmoeten. Daarna uitermate teleurstellend en eenzaam terug
naar Nederland te keren. Maanden in tranen en pijn te leven en vervolgens het
grootste geluk van mijn leven te beleven in het programma “All you need is love”.
Het moment van weerzien is op dat moment zo hartvullend volmaakt, dat het je
allemaal waard is geweest. Dan zweef je op wolken. Ik denk namelijk dat je pas
echt geluk kan ervaren wanneer je hier zodanig naar uit hebt gekeken dat het je
gewoon zeer heeft gedaan. Zo’n moment van hereniging moet naar mijn idee
heerlijk zijn. Verrukkelijk. Zalig. Pas dan kun je met een voldaan gevoel
zeggen dat je geluk hebt ervaren.
Daarnaast heb ik nog een tweede grote levensdroom. Dat is namelijk het
schrijven van een boek. Maar niet zomaar een boek. Ik wil dat deze zodanig goed
is, dat heel Nederland hem leest en ik word uitgenodigd bij “De wereld draait
door” om het te hebben over mijn briljante doorbraak. Ik kijk altijd naar de
wereld draait door en ik heb zoveel respect voor de mensen die daar aan tafel
komen te zitten. Ik kijk tegen ze op en stiekem ben ik ook best een beetje
jaloers op ze. Ik wil dat ook. Het gevoel dat je iets zo goed gedaan hebt, dat
zij het daar met je willen bespreken. Dan pas ben je echt goed. En als ik zo
goed kan zijn dat zij mij daarbij willen noden, pas dan zal ik geloven dat mijn
missie geslaagd is.
Je zou nu kunnen denken dat ik gewoon een enorme
aandachtsfreak ben. Maar dat is het hem nou juist. Dat ben ik dus totaal niet. Ik
hou er niet van om in de aandacht te staan en die spotlights sta ik met een
groot genoegen af aan een ander naast mij. Ik ben altijd van het 'laat mij mijn
ding maar doen en kijk daarbij vooral niet mee over mijn schouder'. Maar op de
een of andere vreemde manier zal deze ervaring mij voldoening geven. Ik zal het niet doen
voor de roem of aandacht, ik zal het doen voor mezelf. En als ik het gevoel heb
dat het het waard is, dan wil ik dat graag met anderen delen. En misschien zijn
deze dromen ook wel bedrog, maar deze dromen geven mij op zijn minst een doel. Ze
geven mij een streven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Leave comments all over the place