Ik hartje Leven

Lees hier hoe mijn leven wordt beïnvloed door mijn hart. Hoe ik soms even weer opnieuw begin bij de start. Hoe mijn fouten worden omgezet in lessen. Hoe de bouten van mijn leven weer terugdraaien naar successen. Hoe mijn falen soms panieken. Hoe mijn dalen weer gaan pieken. Hoe mijn lust weer lieflijk bloeit. Hoe ik bewust word opgegroeid. Hoe ik leer van al wat ik ontmoet. En hoe ik zo telkens weer het leven begroet. Zo beïnvloedt mijn hart niet alleen mijn leven. Maar laat mijn leven soms ook mijn hart even zweven.

woensdag 17 oktober 2012

Kattenvrees


Van die nare beesten. Beesten die van achter nog niet weten wat ze van voor al van plan zijn. Beesten uit een onverwachte hoek. Die juist als je ze uit je buurt wilt hebben, je niet met rust willen laten. Die met je spelen en dan per ongeluk expres hun nagels uitzetten. Die zich schijnheilig lief voordoen, maar eigenlijk een en al kattenkwaad met je uithalen. Het woord zegt het al. Kattenkwaad. Katten-kwaad. Katten. Nee, ik heb er niks mee. Zelfs met een grote boog er omheen lopen is voor mij al te veel gevraagd. Ze moeten volledig uit mijn buurt zijn, wil ik fatsoenlijk vooruit komen. Alleen al als ze me aankijken begint het zweet zich van alle kanten langs mijn lichaam te verroeren. Wat ik ook probeer. Hoe stoer ik mijn blik ook wil doen laten lijken, ik ben de lul. Aan alle kanten straalt het van me af. Ik ben een dikke, vette bangeschijter.

De meeste mensen die bang van iets zijn, hebben hiermee ooit een vervelende situatie meegemaakt. Ik niet. Ik weet niet wat het is dat die angst in mij oproept, ik weet alleen dat mijn stront nooit zo kleurrijk is als op het moment dat ik oog in oog sta met een kat. Het janken heeft zo’n kil en schril geluid dat ik me in mijn gedachten in een oorlog van bloed, zweet en tranen bevind.

Stel. Ik ben op visite ben bij een kattenbaasje en zit rustig op de bank van mijn kop thee te genieten. Dan opeens gebeurt het. Nietsvermoedend neem ik een slok en plots voel ik iets achter me neerploffen. Terwijl de kat één minuut geleden nog aan de andere kant van de kamer, net in mijn zicht, achter zijn eigen staart aan rende, is hij zojuist achter me op de bank gesprongen. Dat bedoel ik. Je hoeft maar even niet op te letten en ze hebben je al te grazen. Ook al doen ze me verder niks, alleen het zien van deze handeling jaagt me al de stuipen op het lijf. Wat hij werkelijk doet dat zie ik niet, maar in mijn hoofd zit hij er een plannetje te bedenken. Of misschien heeft hij die al bedacht. Het enige wat ik op dat moment nog kan denken is hoe ik hier veilig weg kom. Ik sta op en nog voordat ik een stap kan zetten staat de kat voor me neus. Hij kijkt me aan met ogen als een enge, vieze, grote man die je in enge films in het donkerste hoekje van een klein, smal, stinkend steegje het liefst vermijdt. Natuurlijk kom je hem juist op dat moment tegen. Zo voel ik me dan ook. Alsof ik in een klein, smal, stinkend steegje in het nauw gedreven ben. En dat door een fucking kat.   

En terwijl ik dit nu zo teruglees, besef ik me wat het is dat mij katten zo laat haten. Het onverwachte. Ik heb een hekel aan onverwachte situaties. Ik weet niet hoe ik daarmee om moet gaan. Op het moment dat ik bijvoorbeeld iemand tegen kom, die ik totaal niet had verwacht of die al weken niet meer in mijn hoofd is opgedaagd, sla ik dicht. Ik ben eerst een kwartier bezig om de informatie te verwerken wie er nou voor me staat, voordat ik ook maar iets zinnigs uit mijn strot kan krijgen. Er hoeft niet eens iets belangrijks of specifieks met de persoon in kwestie aan de hand te zijn, hoe goed ik hem/haar ook ken, ik val in een gat. Wat dat betreft ben ik misschien wel een beetje een autist. Mijn verwerkingsprogramma is op dat moment zo verstoord en traag, dat ik uit mijn ritme raak. Het is niet zo dat ik op zo’n moment haat heb aan die persoon, net als ik mijn haat voor katten heb gecreëerd. Maar ik moet dan even de tijd krijgen om tot rust te komen en de informatie te verwerken. Bij mensen krijg ik die tijd. 

Een gesprek bouwt zich meestal rustig op en het contact verloopt zo soepel. Het feit dat katten me dat niet gunnen, laat een draad in mijn hersenpan knikken. Ze houden van angst. Ze begrijpen niet dat iemand ze uit hun buurt wil hebben en vervolgens doen ze er alles aan om ervoor te zorgen dat je ze aardig gaat vinden. Met bij mij de tegenovergestelde werking als gevolg. Ze ondernemen vrijwel meteen actie tot dieper contact en voordat iemand het kan beseffen bevinden mijn hersenen zich in een achtbaan. Een achtbaan die op volle toeren door zesentachtig kurkentrekkers draait. Het zweet begint zich dan van alle kanten langs mijn lichaam te verroeren. Wat ik ook probeer. Hoe stoer ik mijn blik ook wil doen laten lijken, ik ben de lul. Aan alle kanten straalt het van me af. Ik ben een dikke, vette bangeschijter. 

1 opmerking:

Leave comments all over the place