Vandaag voelde ik me zo rot, dat ik weer zo’n dag had. Een
grotdag, bedoel ik. Eens in de zoveel tijd ontpopt mijn slaapkamer zich tot een
soort berghol. Alle meubels en voorwerpen veranderen in natuurobjecten. Mijn
bed is een zandberg, de kasten worden rotsen, de vloer is bezaaid met gras en
aan de muur groeit een klimop. Een waterval loopt langs het raam en rondslingerende
schoenen en hoopjes kleren veranderen in dieren. Lieve, zachte dieren, die ongestoord
genieten van de natuur. Mij het juiste voorbeeld geven. Het is er donker, want
in plaats van mijn spaarlamp, gebruik ik het rolluik om een heel klein beetje
daglicht mijn kamer binnen te laten stralen. Dat streepje licht is heilig en
schijnt vaak precies zo, dat ik er vanaf de zandberg gebruik van kan maken. Alles
klopt. Het is perfect. Daar lig ik dan, de hele dag, in mijn zandberg. Het zal
me nooit vervelen, het blijft mijn beste plek. Af en toe betreed ik de
buitenwereld om voedsel te zoeken. Als ik mijn prooi gevangen heb, kruip ik snel
weer terug, veilig in de zandberg. Veilig in mijn grot. Nergens hoef ik aan te
denken, mijn verstand zet ik gewoon op nul. Alles kan en alles mag. Wil ik dat
het een zwoele zomerdag is, waarop ik heerlijk lig te bakken in het
zonnestraaltje dat vertrouwd op mijn huid brandt? Dat kan. Wil ik dat ik een
diepzinnig gesprek heb met het konijntje dat naast me in de zandberg ligt? Dat
kan. Wil ik even helemaal niks en gewoon luisteren naar het neervallen van de
waterval? Dat kan. Wat ik me ook inbeeld, niks is teveel gevraagd. Zolang ik er
maar in geloof. Als ik niet zou geloven, dan zouden mijn dieren gewoon mijn
kleren zijn. Mijn zandberg gewoon mijn bed en mijn rotsen gewoon mijn kasten. Mijn
grot zou gewoon mijn slaapkamer zijn. En ik zou me nog altijd verdrietig en
eenzaam voelen. Hoe ik dat zou overleven, daar kan ik me niets bij inbeelden.
Daar wil ik niet aan denken. De hele dag nutteloos in bed liggen, wordt opeens
het grootste avontuur van mijn leven. Zolang ik geen fantasie heb, kan ik ook nergens
komen. Zolang ik geen fantasie heb, kan ik mijn hoofd niet legen.
Mijn grot is dus eigenlijk mijn beste vriend. Ik deel alles met hem. Als
ik grimmig ben sluit ik me de hele dag op. Bij mijn grot is waar ik
dan zijn wil. Het is er dan donker en alles ligt overhoop. Overal liggen obstakels. Waar ik me dan natuurlijk aan bezeer en irriteer. We beïnvloeden elkaar. Dus hoe ik mij ook voel, het maakt hem niks uit. Ook als ik me goed voel,
past mijn grot zich aan. Hij staat me dan met open armen op
te wachten. Het is dan eigenlijk niet meer mijn grot, maar ook dan kan ik er echt genieten. Met mijn favoriete plaat op en de volume op zijn hoogste stand, swing ik naar alle hoeken van de kamer. Mijn bed wordt
dan een podium, mijn bureau vormt zich om tot bar. Mijn kussen wordt mijn
danspartner en mijn lamp zorgt voor de spotlight. Mijn grot weet wat ik dan
nodig heb. Mijn grot heet dan mijn dansvloer.
Ik zie een grot eigenlijk als koud en dor en bar en slecht. Ik associeer een grot met donker en eenzaam, maar ook met veilig en stil en een plekje voor mezelf. Eigenlijk is het heel raar dat ik mijn slaapkamer als “grot” en “hem” benoem. Je zult wel denken, het is toch gewoon een slaapkamer? Maar voor mij is het niet altijd ‘gewoon’ een slaapkamer. Het is niet altijd zomaar een kamer. Soms is het een grot. Dan is het mijn schuilplaats. Hij is zoveel voor mij gaan betekenen, dat ik het als een vriend ben gaan zien. Een vriend die er altijd voor me is. Juist wanneer ik me koud en dor en bar en slecht voel. Als ik me donker en eenzaam voel, en veilig en stil op een plekje voor mezelf wil zijn.
Ik zie een grot eigenlijk als koud en dor en bar en slecht. Ik associeer een grot met donker en eenzaam, maar ook met veilig en stil en een plekje voor mezelf. Eigenlijk is het heel raar dat ik mijn slaapkamer als “grot” en “hem” benoem. Je zult wel denken, het is toch gewoon een slaapkamer? Maar voor mij is het niet altijd ‘gewoon’ een slaapkamer. Het is niet altijd zomaar een kamer. Soms is het een grot. Dan is het mijn schuilplaats. Hij is zoveel voor mij gaan betekenen, dat ik het als een vriend ben gaan zien. Een vriend die er altijd voor me is. Juist wanneer ik me koud en dor en bar en slecht voel. Als ik me donker en eenzaam voel, en veilig en stil op een plekje voor mezelf wil zijn.
En natuurlijk hou ik er niet van om de hele dag in bed te
liggen. Integendeel zelfs. Ik voel me dan zo nutteloos dat ik het liefst binnen
vijf minuten de avondvierdaagse rondloop. Maar soms dan is het gewoon even
nodig. Soms moet mijn grot mijn grot zijn. Het is geen plek waar ik een hele week wil zijn. En ook al kom ik er iedere dag, op de meeste momenten is mijn bed gewoon
mijn bed. Geen korreltje zand zal mij dan vergezellen. Ook al kan er in mijn
grot alles gebeuren wat ik in mijn gedachten maar toelaat, het blijft een
plekje van eenzaamheid. Een plekje waarnaar ik vlucht. Een plekje waar niemand
kan komen. En soms dan is het gewoon even fijn om zo’n plekje te kunnen
omarmen. Om een schuilplaats te kunnen creëren. Om even alles van me af te
zetten. Maar alleen als ik het echt nodig heb. Eens in de zoveel tijd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Leave comments all over the place