Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaah.
Ik begon het al bijna te missen. Dat even gillen van frustratie. Het allemaal niet meer weten. Het los willen laten. Het moment van leegte. Het
moment van tijd. Het moment van verwarring. Het moment van even alles op
hetzelfde moment.
Nietsvermoedend met mijn handen door mijn haar woelend, kwam
ik het tegen. De ontzettende boosdoener die het heerlijke gevoel van vrijheid
onderbrak. Die mij tegenhield in mijn doen en laten. Die mij tegenhield te
genieten. De valkuil op weg naar het succes. Vast. Dat is het. Ik zit vast. En
terwijl ik rustig probeer mijn handen van mijn hoofd los te halen, raak ik
steeds dieper verstrengeld in de haarklit. Ik zit met mijn handen in het haar
en niet zo’n beetje ook. Al een tijdje. Maar zoals gewoonlijk probeert de
koppige ik hier natuurlijk weer niemand mee lastig te vallen. Ik moet het zelf
oplossen. Ik ben er zelf in vast komen te zitten, dus moet ik er ook zelf weer
uitkomen. Moeilijk leek me dat dit keer niet. Alles behalve. Gewoon dezelfde
weg terug bewandelen en een andere afslag nemen. Dat moet te doen zijn toch?
Maar in plaats van dat de klit verdween, bleven er steeds meer bij komen. De
ene klit verstrengelde zich met de andere en het werd één grote zooi. Een
puinhoop. En ondanks mijn pogingen tot achterhoudingen, bedekkingen met sjaals
en mutsen, is er geen ontkomen meer aan. Ik lijk wel een vogelverschrikker. Al
gauw zal dit worden opgemerkt. Dat weet ik. Dus ik ging opzoek naar
oplossingen. Hulp. Mijn ouders zijn wie ik daar tegenkwam. En zonder een woord te hoeven zeggen, wisten ze al hoe
laat het was. De raadjes vlogen me om de oren en ik voelde de liefde branden.
Dit is wat ik nodig had. Ik weet weer waar ik naartoe wilde.
Soms is dat even nodig. Soms moet je fout doen, voordat je
goed ontmoet. Even helemaal het verkeerde pad bewandelen, voordat je op de
goede weg zal belanden. Losgeslagen in een orkaan, om daarna weer recht op
beide benen te kunnen staan. Ik zit er nu middenin. Die orkaan. Links is rechts
en voor is achter. Maar wat rechtdoor is, zie ik nog niet. En dat wil ik ook
nog even niet zien. Want hoewel ik weet waar ik heen wil, moet ik eerst langs andere dingen. Ik vind het veel te interessant, deze orkaan. Alles is een
warboel, maar man wat is dit leerzaam. Zoveel dingen die ik tegenkom, dingen
die ik al wist, dingen die ik opnieuw ontdek, dingen waarvan ik het bestaan
niet kende, dingen die ik nodig heb. En allemaal zijn ze even nuttig. Zonder
deze dingen kan ik namelijk niet verder. Ik zie pas wat rechtdoor is, wanneer
ik alles heb verkend. Dat is dus wat ik nu ga doen. Stapje voor stapje, beetje
bij beetje, zien wat achter me ligt. Zien wat naast me ligt. En dan vooral gaan
zien wat voor me ligt. Want daar moet ik tenslotte naar toe. Vooruit. Recht
door zee. En ik weet dat ik dat kan. Ik moet alleen eerst zorgen dat mijn
roeien sterk genoeg zijn. Met zwakke roeien kom ik hooguit 2 meter verder. En dan
begint het weer van voor af aan. Het wordt nu tijd dat ik langere afstanden
leg. Het wordt tijd dat mijn roeien hun werk doen. En dat lukt me door de boost
die mijn ouders mij steeds geven. Zij laten mij doen. Als ik dan eenmaal op de
goede weg zit, kan ik zeggen dat ik het gered heb. Dan kan ik zeggen dat ik het
geflikt heb. Dan kan ik zeggen dat ik vaar.
http://m.youtube.com/watch?v=VwyGQZpTdqU
BeantwoordenVerwijderen