Waarom ik niet van bloedneuzen hou? Bloedneuzen zijn naar, bloedneuzen
zijn vies en bloedneuzen zijn nep. Ze geven je het gevoel alsof al je
ingewanden zich langzaam door je neusgat naar buiten proberen te wringen. Wat
natuurlijk onmogelijk is. En al helemaal niet waar. Het voelt naar omdat je
heel de denkbeeldige weg die het bloed aflegt, tot op de kleinste afslag, in je
tenen voelt. Nog zonder überhaupt te zien waar de ophoping zich bevindt, wil je
raden op welke plaats hij zit. Het is een beetje als dat spelletje waarbij
iemand met zijn vingers aan de binnenkant van je arm omhoog kruipt en jij met
je ogen dicht moet raden wanneer hij op het midden is. Altijd gokte je fout. Zo ook hier. Want op het moment dat
er zich in plaats van een hoop vol met alle ingewanden die jij zojuist in je
hoofd hebt opgesomd, gewoon een druppeltje bloed uit je neus weet te ontpoppen,
blijkt alles wat je daarvoor voelde niet te kloppen. Al die voorbereiding. Al
die stressaanvallen. Al die tranen met tuiten. Al die gedachten die je ieder moment het einde van de
wereld konden laten zien. Alles voor niets.
Bloedneuzen zijn naar. Bloedneuzen zijn vies. En bloedneuzen zijn nep. Dat zou
dan ook gelijk de enige reden zijn die ik kan bedenken waarom de uitspraak “doen
alsof je neus bloedt” de wereld in is gekomen.
Want wat is nou doen alsof je neus bloedt? Juist. Doen alsof
er niks aan de hand is, terwijl je eigenlijk maar al te goed weet dat er dingen
spelen. Nep dus. En net zoals de bloedende neuzen, heb ik een even grote, al
dan niet een nog grotere hekel aan bloedneuzende mensen. Tot voor kort had ik dus
ook een bloedhekel aan mezelf. Ik kon
goed doen alsof mijn neus bloedde. Daardoor voelde ik me sterk. Daardoor voelde
ik me goed. Daardoor voelde ik me alsof ik de eer aan mezelf had gehouden. Maar
waarom zou 'doen alsof' mij in godsnaam eer geven? 'Doen alsof' is niets minder dan
situaties uit de weg gaan. Dan dingen die er toe doen vermijden. Dan gevoelens
bewust over het hoofd zien. Bij 'doen alsof' speel je met gevoelens en dan
vooral met die van jezelf. Want als je het goed speelt, zal de ander niks door hebben. En terwijl jij vrolijk rondhuppelt, denkend dat je de ander in ’t ootje hebt
genomen, ben jij het uiteindelijk die voor de gek gehouden wordt. Door
nota bene je eigen bloedneuzende zelf. En wat schiet je ermee op? Een jij die
van voren niet meer weet wat je van achter moet voelen en een ander die er niet eens erg in heeft. Dus wat heb je er aan? Een naar gevoel. Een vies gevoel. Een nep
gevoel. En laat dat nou net alles behalve sterk, goed een eervol zijn.
Het is belangrijk om te beseffen dat sommige dingen er wel
toe doen. Dat het naast dat het om de ander, altijd ook om jezelf gaat. Het is
belangrijk dat je dingen uitspreekt die belangrijk zijn. Niet alleen naar de
ander, maar ook naar jezelf. Iets uitspreken geeft al zoveel vrijheid. Zoveel
kracht. Zoveel goeds. En zoveel eer. 9 van de 10 keer zal dan blijken dat de
drama, waar je gevoel je al die tijd bang voor maakte, helemaal niet zo
dramatisch is. Het zal alles behalve naar zijn. Alles behalve vies. En alles
behalve nep.
Dus terwijl ik voortaan bij een opkomende bloedneus nog
steeds zal denken dat al mijn ingewanden een uitweg proberen te vinden door het
meest onmogelijke gat in mijn lichaam, zal ik lachend in de spiegel kijken als achteraf
blijkt dat er niets meer dan een lief, klein straaltje bloed over mijn lip heen dribbelt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Leave comments all over the place