Soms wilde ik dat de dingen me gewoon simpelweg aan kwamen waaien.
Pure toevalligheid of uitgekiend planwerk, het maakt niet uit, voor mijn neus
was voor mijn neus. Zonder ook maar een enkel druppeltje zweet op mijn
voorhoofd te hoeven werken, lag het voor me. Heerlijk leek me dat.
Zoals laatst. Toen ik in de V&D zat te lunchen. Even
lekker een moment voor mezelf. Quality time met mijn schrift en mijn pen. Al in
gedachten dwalend, rolde de inkt over het papier. Letters maakten woorden en zinnen
vormden achtereenvolgend een geheel. In sneltreinvaart had ik zo 5 verhalen in
mijn schrift staan. Vakwerk was het. En terwijl ik hieraan terug denk, besef ik
dat ik alweer helemaal in Verweggistan zit met mijn gedachten. Dit is totaal
niet waar ik het over wilde hebben, althans.. het voegt geen waarde toe aan het
verhaal. Dat heb ik duidelijk van mijn moeder. Wanneer zij wil vertellen dat ze
ome Harry gisteren op de markt is tegengekomen, krijg je een verhaal te horen
over de blauwe fiets van de mevrouw achter de viskraam met rare stippen op haar
roze truitje, met overigens een ontzettend lelijke groene broek daaronder van
de Wibra en van die schoenen waarmee je nog niet dood gevonden wilt worden een
kapsel waar je nooit van je leven U tegen zou zeggen en een jas gevist uit de stortplaats van India waarmee ze een recordplek voor meest schandalig gecombineerde
kledingstukken in het Guiness book of records heeft bereikt. Met een beetje
geluk wordt er uiteindelijk nog aan toegevoegd dat ome Harry bij de 10e kraam in het 6e gangpad van de markt, naast de kraam met al die heerlijk ruikende bloemen, wat in contrast staat met de stinkende oude schimmelkaaskraam die aan de andere kant was te vinden, stond. Totaal onlogisch dus. Ook mijn moeder verdient hiervoor een plaatsje in
het Guiness book of records, voor de meest niet te volgen aaneenschakeling van
woorden zonder inhoud. En geef mij plek twee. Want door dit aan te kaarten, ben
ik alweer gelijk uit de clue van mijn verhaal.
Ik zat dus in de V&D te lunchen. Terwijl ik zocht naar
de juiste woorden voor het verhaal wat ik op dat moment aan het schrijven was,
keek ik rond mij heen. Het was niet druk en ik zag dat er bewaking rondliep. En op het moment dat ik me wilde afvragen waarom er in godsnaam bewaking
rondloopt bij de lunchroom van de V&D, was hij daar. Mijn oog viel op een
jongeman die de lunchroom binnen kwam lopen. Hij liep langs de rij
versgebakken, rijkbelegde broodjes aan de zelfservicebalie en keek
geconcentreerd naar de volle manden. Diep bestuderend ging hij de rijen
broodjes af, tot zijn ogen voor een moment stilvielen. Na een paar seconde keek
hij nonchalant om zich heen en pakte het goudappeltje waar zijn oog het moment daarvoor
op gevallen was. Het italiaanse bolletje met brie. Goede keuze, dacht ik nog.
Maar in plaats van het broodje op een dienblad te leggen en door te lopen naar
de kassa, stopte hij het in zijn jaszak en liep rustig de winkel uit. In eerste
instantie keek ik nietsbeseffend toe. Ik wilde net een nieuwe zin op mijn
papier deponeren, toen de verstoorder tot me doordrong. HUH?!?!?! HOE DAN?!
Ik wilde schreeuwen: “houd de dief!”. Maar bedacht me net op
tijd dat het maar om een onbenullig broodje ging en ik hier waarschijnlijk meer
problemen mee zou krijgen dan wanneer de V&D bij sluitingstijd de broodjes
ging tellen en tot de conclusie kwam dat er een miste. Dat deden ze namelijk
niet, dus zouden ze het ook niet weten. Niemand zou het weten. De dief was
tenslotte al lang en breed de winkel uit. Ik had een naar gevoel. En why the
fuck liep die fucking bewaker daar rond. Kon hij niet uit zijn doppen kijken?
Hij had het gewoon moeten zien, dan had ik nu nietsvermoedend verder kunnen
schrijven aan mijn wereldstuk. Dit is niet mijn verantwoordelijkheid.
En terwijl ik mezelf steeds bozer begon te maken over het feit
dat de bewaker dat iets wat ze “zijn baan” noemen niet goed onder de knie had,
drong het tot me door dat de dief het maar makkelijk had. Laten we eerlijk
zijn.. Naast het nonchalante heen en weer bewegen van zijn zicht, en het op en
neer tillen van zijn arm, had hij geen enkele moeite hoeven doen om het broodje
in zijn zak te krijgen. Hij liep zonder ook maar een enkel druppeltje zweet op
zijn voorhoofd de deur uit. Gewoon, heel makkelijk. Het lag ineens voor hem.
Het werd hem nog net niet aangereikt. Wat een kut leven moet hij hebben zeg.
Die heeft zijn straf dus wel gehad. Die dief kan nooit met een voldaan gevoel
thuis zijn gekomen. Hij is tenslotte een dief. Die horen vakmanschap te verrichten
in hun werk. Dagenlang zijn zij bezig met het uitstippelen van hun plan. De
sluiproute, de onopvallende kleren, de vingerafdrukontwijkende handschoenen,
het wie/wat/waar op welk tijdstip, etc. Al dat werk was bij hem voor niks
geweest. Gewoon nada.
En op dat moment begon ik te twijfelen aan de gedachte dat
het heerlijk moet zijn als alles voor je aangewaaid zou komen. Het geeft een
veel voldaner gevoel wanneer je iets bereikt door er hard voor gewerkt te
hebben. Door er naartoe te leven. Door een doel te hebben. De dingen moeten jou
niet aan komen waaien, jij moet de dingen aanwaaien. Vanaf toen was ik blij met
ieder druppeltje zweet dat ik langs mijn voorhoofd naar beneden voelde
druppelen. Dan wist ik; ik was op weg.
Wat schrijf je leuk zeg!! :)
BeantwoordenVerwijderenDank je!! :)
Verwijderengeweldiggenoten weer....en waar gebeurd;-)
BeantwoordenVerwijderen