Ik hartje Leven

Lees hier hoe mijn leven wordt beïnvloed door mijn hart. Hoe ik soms even weer opnieuw begin bij de start. Hoe mijn fouten worden omgezet in lessen. Hoe de bouten van mijn leven weer terugdraaien naar successen. Hoe mijn falen soms panieken. Hoe mijn dalen weer gaan pieken. Hoe mijn lust weer lieflijk bloeit. Hoe ik bewust word opgegroeid. Hoe ik leer van al wat ik ontmoet. En hoe ik zo telkens weer het leven begroet. Zo beïnvloedt mijn hart niet alleen mijn leven. Maar laat mijn leven soms ook mijn hart even zweven.

maandag 17 december 2012

De lach van de maandag


Ken je dat gevoel dat je humeur plots 180 graden draait. Dat achteruit weer vooruit wordt en diep beneden ineens de top? Dat je wilt dansen van genot en je hersenen draaien op muziek? Dat gevoel lijkt voor iemand met moodswings, zoals ik, een dagelijkse portie. Vanzelfsprekend. Misschien zelfs normaal. Aan de ene kant is deze beredenering dan ook juist. Ieder moment van de dag kan mijn humeur namelijk een twist verwachten. Van blij naar boos en weer naar blij. Deze twist heeft zich in mijn hersenen gewurmd. Ik ben eraan gewend geraakt, ik heb er mee leren leven. Ondanks dat ze onverwacht lijken te komen, is er namelijk een bepaalde manier van doen en van denken dat mij deze moodswing laat maken. Maar er zijn ook momenten dat mijn moodswing van buitenaf komt. Zomaar ineens, totaal onverwacht. Echt onverwacht. 

Zo zat ik vanochtend in de trein. Maar ik zat niet zomaar in de trein. Het was namelijk maandagochtend. En buiten het feit dat maandagochtend al lang en droevig van zichzelf is, bracht deze maandagochtend nog wat meer beproeving met zich mee. Zo stapte ik, toen ik vanochtend mijn huis verliet, vol goede moed op mijn vouwfiets. Ik was nog geen 5 meter onderweg en de duivel liet zich zien. Mijn trapper vloog de lucht in en binnen 1 seconde stond ik stil. Vloekend stapte ik af en pakte ik mijn trapper. Nog steeds wat licht ziende, stopte ik de trapper in mijn zak en liep ik naar het station. Omdraaien was geen tijd voor, die trapper maakte ik in de trein wel. Eenmaal onderweg merkte ik dat het verder was dan ik dacht en besloot ik een stukje te sprinten. Echter, sprinten met een vouwfiets.. NIET doen! Gewoon niet doen. Ik hield het dus bij snelwandelen. Het was koud, maar het zweet stond op m’n voorhoofd. Mijn telefoon tevoorschijn halen om te kijken hoelaat het was, dat durfde ik niet. Dat zou me ten eerste snelheid minderen en dus tijd kosten. Ten tweede zou het me opfocken. 

En 'opfocken' was wat er volgde. Ik had nog niet eens naar de tijd gekeken en het gevoel van frustratie kwam al naar boven. Ik naderde het station, moest nog een metertje of 30. Mijn trein was inmiddels al aan komen rijden, dus ik moest snelheid maken. Sprinten met een vouwfiets werd het dus! Ik was nog geen 10 seconde van het perron af, of ik zag mijn trein voor mijn neus wegrijden. Mijn trein. Met schrammen op mijn benen, zweet op mijn voorhoofd en mijn adem in mijn oren, plofte ik neer. Ik haalde mijn trapper tevoorschijn en begon, ondanks de bummer, met het volste vertrouwen te draaien. Het volgende moment kwam dan ook als een koude douche. De trapper draaide niet vaker dan tweemaal en viel er dus als vanzelf weer uit. Het was dan ook maandagochtend. Eenmaal in Rijswijk, liep ik naar stage. Dat half uur was lang en bar. Niet alleen omdat ik nog altijd buiten adem op tempo probeerde te komen, maar ook omdat mijn smoelwerk zich op mijn knieën had gebivakkeerd. Dit maakte het onmogelijk. Onmogelijk om vooruit te komen. Onmogelijk om positief te blijven. Onmogelijk om ooit nog vrolijk te worden. En vooral, onmogelijk om deze dag door te komen.

Maar er gebeurde iets onverwachts. Iets lichts, iets kleins, maar zeker iets moois. Onderweg kwam ik namelijk iemand tegen. Het was een man. In het eerste opzicht een doodgewone man. Een heel normale, kuddedierlijke man. In het tweede opzicht een bijzondere man. Deze man was namelijk alles behalve kuddedierlijk. Want daar waar hij met een nors gezicht voorbij had kunnen lopen, bleef hij staan. Hij bleef staan en keek me beteuterd aan. Met mijn haren door mijn gezicht en mijn kleding schots en scheef, voelde ik me gênant. Ik liep daar als chagrijnige vogelverschrikker iedereen van me af te stoten en deze man leek nog geen greintje moeite te hebben met het aandachtig bestuderen van mij en mijn vouwfiets. Hij toonde me een glimlach en knikte met zijn ronde hoofd. “Meid, jij bent een doorzetter. Ik zie jou iedere ochtend. Door weer en wind, door storm en regen. Jij mag jezelf op je schouders kloppen. Jij mag de wereld omarmen. Jij hoeft niet zo droevig te zijn, mijn kind. Onthoud, jij komt er wel.”

Die maandagochtend kon me gestolen worden. Die trapper mag in de kerstboom. Die dorre, zware ochtend kreeg spontaan een omslag. Mijn smoelwerk steeg van oor tot oor, mijn adem zakte terug naar mijn borst. Mijn hersenen draaiden op muziek, zo liep ik dansend verder. En terwijl de wind mijn haar uit mijn gezicht wapperde, waaide mijn humeur gezellig mee. Plots was alles omgeslagen. Plots was alles anders. Dit maakte het weer mogelijk. Mogelijk om vooruit te komen. Mogelijk om positief te blijven. Mogelijk om vrolijk te worden. En vooral, mogelijk om deze dag door te komen. Dat doodgewone mannetje maakt van een olifant een mug. Hij maakt van donker een verlichting. En van oorlog maakt hij vrede. Van achteruit maakt hij weer vooruit en beneden wordt de top. Dat doodgewone mannetje dat maakt vandaag mijn dag.

2 opmerkingen:

  1. Het zijn de kleine dingen in het leven die als olie werken om je motor te laten lopen. Een lach van een kind, een complimentje van je collega, slap ouwehoeren met een maat, een muziekje opzetten. Daar haal ik mijn energie vandaan, hoe rot het ook gaat. Daarbij denk ik altijd: nu gaat het echt kl*te, maar dat betekent wel dat het allemaal maar beter kan gaan!

    BeantwoordenVerwijderen

Leave comments all over the place